Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WEST-AZIË. DE BOUWKUNST DER BABYLONIËRS EN ASSYRIËRS.

63

Fig. 66. 1. inwendig plaats vond door open zuilengaanderijen in de bovenste verdieping, en misschien ook door vensteropeningen in de gewelven.

Van de paleizen kennen we den ouderdom door opschriften in spijkerschrift. Het oudste is het paleis te Nimrud, door Assurnasirpal (884—860). Salmanassar II (859—825), zijn zoon, is ook als bouwer bekend. Sargon II bouwt het beroemde paleis van Khorsabad, terwijl het paleis te Kujundschik door Assurbanipal (Sardanapalus) werd gebouwd van 668—626.

Het meest volledig bekend is het Sargonpaleis van Khorsabad. Het ligt op een HM. hoog terras, dat 334 M. lang en 314 M. breed is, dus een oppervlak beslaat van meer dan 100.000 M2. Het paleis zelf bevat 30 pleinen en 210 overdekte vertrekken.

Fig. 64. Langs een monumentale trap (T) bereikt men het platform, waarop ook paard en wagen konden komen langs een oprit (O). De hoofdpoort (H. P) wordt als 't ware bewaakt door reusachtige dorpelwachters. Langs den oprit komt men door een tweede poort op het eerste hoofdplein (E), dat, wederom door een poort, toegang geeft tot de vorstelijke woning, waarvan de 50 vertrekken zijn gerangschikt om een vierkante binnenplaats (B). De kleinere vertrekken, als slaapkamers, woonvertrekken, zijn om kleinere binnenplaatsen (K) gerangschikt, terwijl de ontvang- en statiezalen op de grootere binnenplaats (B) uitkomen. Sargons zoon Sanherib bewoonde de vertrekken (Z), Noordelijk van het Serail. Ten Westen van deze vertrekken lag afzonderlijk de troonzaal, evenals de sterretoren (S). Sargons drie vrouwen bewoonden drie ongeveer gelijke, eveneens om binnenplaatsen (H) gerangschikte harems. Naast het voorplein (V) liggen de dienstvertrekken, stallen, keukens etc. (D).

5. Gewelfbouw. Het eerste volk dat systematisch den gewelfbouw toepaste, was het Assyrische, dat gebruik maakte van overkraging, zoowel als van wigvormig gebakken steen, voor spitsboog, elliptische en halfcirkelvormige tongewelven. Deze tongewelven overdekten lange smalle vertrekken en gangen. Het is mogelijk, dat ook het koepelgewelf bekend was, en dat dit werd toegepast ter overdekking van vierkante vertrekken met een overgang van pendentiefs; ronde vertrekken zijn nergens aangetroffen. Aangezien hoegenaamd niets is bewaard gebleven van eventueele koepeloverdekking, staat de toepassing ervan ook niet vast.

Wel zijn onder de paleizen te Nimrud afvoerkanalen gevonden van 2 M. breed in spitsbooggewelf, met speciaal voor dit doel gevormde wigvormige steenen. Ook te Khorsabad is I Fig. 66. 3. een groot gemetseld kanaal bewaard gebleven.

Op reliëfs worden dikwijls afbeeldingen aangetroffen van groote boogportalen als ingangspoorten, waarvoor steeds de rondboog werd gebruikt. De stadspoorten te Khorsabad hadden een spanning van 3 tot 4 Meter.

6. Zuilen van steen, vrij staand in 't midden van een vertrek, zijn nergens aangetroffen. Het materiaal was hout, met bekleeding van dunne gedreven bronsplaten. Waar steenen zuilen werden toegepast, geschiedde dit bijna uitsluitend decoratief, b.v. als muurgeleding; in dit

sFig. 66.1,5. geval was de schacht glad. Dat vrijdragende steenen tuilen van geringe afmeting zijn toegepast geworden ook constructief, blijkt uit reliëfs, waarop men ze ziet toegepast in de open dakgalerijen.

Pig. 60. d, f. Een speciaal Assyrische vinding is het platgedrukt bolvormige kapiteel en basement, met de schacht één geheel vormend; de bolvorm is hier versierd met in elkaar grijpende rondbogen.

Sluiten