Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE BOUWKUNST DER GRIEKEN.

zelden is dit veelhoekig. Op de plint rust het basement, bestaande uit twee opvolgende holle

■ Fig. 140. 6. insnijdingen (trochitf) waarboven een cirkelring (torus), alle onderling verbonden door staafjesringen (spira), die samen den indruk wekken van horizontale canneleering. De twee trochili samen vormen één geprofileerden grooteren trochilus. De hoogte van het geheele basement zonder plint = '/2 benedenste zuildoorsnede.

pig. 140. 11. Het Attisch-Ionisch basement rust niet op een plint en bestaat uit een ondersten (grooteren) torus, een trochilus en een bovensten (kleineren) torus. Een uitzondering vormt het basement van den Niketempel, waarvan de Fig. 138. bovenste torus de hoogste is, de onderste daarentegen een grootere middellijn heeft. De torus Fig. 139. was glad, en dan waarschijnlijk met ornament

Fig. 140. 11. beschilderd, doch meestal van in reliëf gehakte bandversieringen voorzien. Een zelfde vertikaal gedachte lijn wordt door den bovenkant van den trochilus aan de binnenzijde, door den binnenkant van den bovensten torus aan de buitenzijde geraakt. De hoogte van het basement is ook gelijk aan de halve zuildoorsnede. Het is deze vorm van basement, die in later eeuwen bij voorkeur werd toegepast als de meest volmaakte.

137

Fig. 139. Ionisch kapiteel van de middenhal van de Propylaeën te Athene.

3. De zuilschacht is gecanneleerd; het aantal halfcirkelvormige canneluren bedraagt 24, terwijl ze zijn gescheiden door een plat bandje. De loodrecht staande schacht is samengesteld uit trommels. Ook hier vormt weer een tempel, die van Aizanï, een uitzondering, waarvan de zuil een 8.50 M. hooge monolith vormt.

Fig. 139. Boven en beneden vertoont de zuil een kwartcirkelvormige verbreeding, beneden a f 1 o o p genoemd en bovenaan 1 o o p. De boven en onder door een halven cirkel beëindigde canneluren loopen tot aan of wel nog over den aanloop en den afloop. De entasis zoowel als de verjonging zijn kleiner dan bij de Dorische zuil. Een groote verbetering is, dat de onderlinge zuilafstand steeds even groot wordt genomen, daar de plaatsing geheel onafhankelijk van het niet ingedeelde fries kan geschieden.

De Aziatisch-Ionische zuilen zijn hooger dan die uit Attika, wat in verband staat met de grootere afmetingen van de monumenten. Zoo zijn de zuilen van den Apollotempel te Milete 18.70 M., en die van het Erechthelon 7.20 M. hoog. De hoogte van de Ionische zuil = 9 tot 10 zuildoorsneden ;"de Attisch-Ionische zijn 7 tot 9'/2 doorsneden (Niketempel 72/3, Erechtheion 83/5, Milete 9'/2 zuildoorsneden). De verjonging varieert tusschen 2/u en V7 doorsneden (Erechtheion '/„, Niketempel 2/n). Terwijl ten slotte het intercolumnium varieert tusschen l'/2 en 3 doorsneden (Milete l'/2, Priene l3/4, Niketempel 2, Noordhal van het Erechtheion 3).

4. Het kapiteel toont een zelfden hoofdvorm in verschillende variaties, óle alle zeer fraai het belast zijn en steunen uitdrukken. Het hoofdbestanddeel vormt bij Aziatisch-, zoowel als

Sluiten