Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

150

DE BOUWKUNST DER GRIEKEN.

Het dierenrijk leverde leeuw (ook fragmenten als poot of kop), kat, adelaar, zwaan, uil en slang, terwijl ook de zuiver ornamentaal toegepaste mensenfiguur veelvuldig wordt aangetroffen.

De overige ornamenten werden grootendeels ontleend aan de textielnijverheid; zooals b.v. banden, snoeren, touwen, platte banden, meanders, vlechtingen en stofpatronen.

Het Grieksche ornament is zeer zelden uitsluitend ornament, doch heeft in den régel de hoofdbedoeling: de verrichting van het architectuurdeel, waarop het is aangebracht, te symboliseeren. En wat in 't algemeen geldt voor het architecturale ornament, geldt ook in de kunstnijverheid, b.v. het vaatwerk. Zoo symboliseert het ornament b.v. binden, dragen, richting of onbelast zijn. Ook kan het ornament nog een tweede, b.v. mythologische symboliek in zich dragen b.v. de laurier, de uil, de klimop of de wijnrank.

Omdat in de Grieksche bouwkunst vorm en constructie zoo zeer onverbreekbaar met elkaar in verband staan, kan ook het ornament niet willekeurig zijn aangebracht. Willekeurig ornament zou terstond alle nu bereikte harmonie hebben verstoord. Ook de vormen van het ornament hebben een duidelijk uitgesproken karakter: eenvoudige contour, duidelijke richting en organische ontwikkeling. Zoo is bij plantornament steeds terstond de oor-

Fig. 154. Grieksche vaas, geometrische •

Stijl. (Naar foto).

Fig. 160. sprong, hoofdrichting en groeiwijze van stengels, bloemen en vruchten te herkennen.

Ongestyleerd ornament hebben de Grieken nooit toegepast. Alle toevalligheden en onregelmatige afwijkingen, die een zuivere voorstelling zouden hinderen, zijn vermeden, doch is het, al naar het doel in verband met te versieren voorwerp, het materiaal en de techniek, kenmerkend gestyleerd, en meestal symmetrisch met volkomen uitsluiting van naturalisme.

Hoewel nooit organische en anorganische motieven zijn samengevoegd, komen wel combinaties voor van organische elementen, b.v. planten en diervormen, en ook mensch en dier-

Fig. 155. vormen, en diervormen in onderlinge combinatie. Toch zijn al deze fantastische combinaties steeds volkomen organisch samengevoegd (griffioenen, centaurs, harpyen), zoodat als 't

Fig. 155. Mengvat uit Korinthe, 7e v. Chr., zwarte fig., 4 ooren naar bronzen voorbeeld. (Naar foto Hirth).

Sluiten