Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

88 DE BOUWKUNST DER GRIEKEN. 167

• Fig. 174 Dionysostheater te Athene.

dipteros van 10 bij 21 zuilen, die 20 M. hoog waren. De onderbouw was 13 treden hoog en het geheel werd eerst veel later voltooid. Te Xanthos in Lykië het Ne rei den gedenkteeken, een grafmonument op hoogen onderbouw met 4 Ionische zuilen aan de smalle, 6 aan de lange zijde. Een in reliëf versierde architraaf maakte een fries overbodig. Het beeldhouwwerk is in Londen bewaard, en slechts de onderbouw bleef over. Te Priene bouwde Pythios den tempel van Athene-polias.

c. DE ALEXANDRIJNSCHE TIJD.

Tijdens de Macedonische heerschappij begon het verval, daar geen bouwwerken meer werden vervaardigd uit godsdienstigen drang, doch op wensch van de heerschers. De Dorische orde wordt minder fraai: de zuilen te hoog en te slank, de kapiteelen te klein, het onderste % deel soms zonder canneluren. Het onveerkrachtige rechtlijnige kapiteel draagt een zeer laag hoofdgestel, waarvan de triglyphen als versierend element worden beschouwd, zelfs in den Ionischen stijl. De verschillende bouworden ondergaan een vermenging. Inplaats van het Ionische kapiteel wordt het diagonaal kapiteel toegepast; de Korinthische kapiteelen worden met mensch- en dierfiguren versierd, de zuilen decoratief aangebracht tegen muren, terwijl de hoofdgestellen plaatselijk boven de zuilen voorspringen. Wel was reeds de gewelfbouw in wigvormigen steen bekend en toegepast, meest voor onderbouw, b.v. op Samothrake en aan den tempel van Athene-polias te Pergamon, waar het geheel op tongewelven rust, alsook aan poorten en voor waterafvoerkanalen vond gewelfbouw toepassing, maar nu werd de hoofdzaal van het gymnasion te Ephesos door een drietal kruisgewelven overdekt.

Sluiten