Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

200

DE BOUWKUNST DER ROMEINEN.

Fig. 199.

Inwendig waren de muren geheel vlak, alleen versierd met een kroonlijst. Fraaie architectonische details Fig. 196. waren, tengevolge van het materiaal en de kleine afmetingen der afzonderlijke woningdeelen uitgesloten. Als ze al waren aangebracht, b.v. aan pilasters en zuilkapiteelen, werden ze gevormd door een al of niet geschilderde stuc-bekleeding om een kern van het bouwmateriaal. Reliefbeeldhouwwerk komt daarom slechts bij uitzondering voor, en de ornamentatie van het inwendige komt uitsluitend tot stand door schilderwerk en pleisterornament.

De slanke, ver uit elkaar geplaatste, baksteenen Fig. 194. zuilen werden bepleisterd, en geheel of gedeeltelijk Fig. 197. gecanneleerd. De stuc-kapiteelen zijn zeer verschillend en zeer vrij opgevat, daar ze door de werklieden uit de hand zijn gemodelleerd; daardoor zijn de vormen ook niet scherp. Soms, bij lijstwerken, waar een motief dikwijls werd herhaald, werd het motief op het profiel ingeperst; de werking werd dan verhoogd door kleur, en aangezien de hoog aangebrachte lijsten zwak verlicht werden door het compluvium, vielen de slappe onzuivere vormen niet zeer op.

Een heel enkele maal zijn zolderbalken bewaard gebleven, ze waren berekend voor

vlakke of zeer weinig gebogen daken. Bogen en gewelven komen in het woonhuis bij hooge uitzondering voor; daarentegen werden de plafonds wel gestucadoord, waarbij de ornamenten uit de hand werden gemodelleerd. Ook muurvlakken werden gesierd met figurale op den muur in gips gemodelleerde tafereelen, waaronder er gevonden zijn van groote schoonheid. Meestal werd de achtergrond van de figuren nog bruinrood of lichtblauw gekleurd, zoodat het ornament licht uit komt tegen den fond.

De muren werden met een laag pleister van 5 tot 8 c.M. dikte bedekt, die werd beschilderd in frescotechniek. De pleisterlaag bestond uit drie lagen, waarvan de bovenste zeer fijnkorrelig was en reeds direct in de kleur van de grondverf werd aangebracht. Op deze laag werd, zoolang ze nog vochtig was, met wasverven geschilderd, die zoodoende in de pleisterlaag doordrongen en zeer duurzaam waren. Ook lijm en temperaverven werden bij uitzondering toegepast; de encaustiektechniek echter nooit.

Het muuroppervlak, inwendig, werd gewoonlijk in drie├źn gedeeld. De sokkel, ongeveer '/e van de muurhoogte, was zwart of althans zeer donker gekleurd, en met organisch ornament, als groeiende planten en dierfiguren tusschen een architectonische indeeling versierd.

Het middenveld was het hoogst, en in diepe warme kleuren geschilderd; door geschilderde zuiltjes, ornamentbanden of pilasters werd in de langsrichting dit middenveld gedeeld in drie

Sluiten