Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

202

DE BOUWKUNST DER ROMEINEN.

Fig. 205. Romeinsch-Dorische orde van het theater van Marcellus.

3e periode, begint ongeveer tijdens het begin onzer jaartelling, en wordt de ornamentale gencemd; nu wordt de wand weer gedacht als één ongebroken vlak, waarop in fraai, zachte, harmonieuse kleuren Egyptische motieven o. a. worden aangebracht in nagebootste ornameptale omlijstingen.

4e periode, van 50—79 n. Chr., ook de Pompejaansche genoemd. Dit is de periode van de lichte, spelenderwijs in elkaar gezette fantastische architectuur, met vergezichten, gaanderijen, zuilenhallen, alles vol perspectievische fouten, die een gevolg zijn van het snel uitvoeren en ontwerpen in frescotechniek. Idyllische landschappen zijn bevolkt met geniën en zwevende figuren, alles in rijke Fig. 200. volle kleuren. Hoewel goedkoope materialen werden gebruikt, wil de decoratie nimmer kostbaar of smaakmisleidend schijnen, zooals dit wel in den Romeinschen monumentaalbouw het geval was.

4. Wat ten slotte de f toeren betreft, waren deze öf eenkleurige cementvloeren, öf veelkleurige mozaïkvloeren. Meanderranden om geometrische velden worden bij voorkeur, figurale tafereelen minder vaak toegepast. Een beroemd voorbeeld hiervan is het mozaïk, dat den grooten Alexanderslag voorstelt. In vestibulum en ostium werden in mozaïkletters de woorden

Sluiten