Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE OUD-CHRISTELIJKE BOUWKUNST.

263

een nieuwe vorm dus, afkomstig uit Byzantium. In den j vlakken hoofdvorm wordt het ornament uitgehakt door ' den fond te verdiepen, waardoor het plantmotief of het vlechtwerk spreekt. Het ornament wordt door christe- < lijke symbolen afgewisseld. Dit korfvormige of teerling- ! kapiteel wordt oorspronkelijk toegepast in 't Oosten in | den centraalbouw, doch wordt langzamerhand ook ge- ; bruikt in den basiliekbouw. Te Rome rust de boog !

Fig. 270. direct op de kapiteelen. Te Ravenna werd echter een 1 tusschenstuk op het kapiteel geplaatst, als overgang van j

Fig. 265. kapiteel naar den boogaanzet. Het oorspronkelijk doel !

van het kapiteel, het dragen van een architraaf, verviel, : terwijl een boogaanzet, breeder dan de abacus, hierop niet organisch kon rusten. Tijdens Constantijn werd i

Fig. 272. hierin voorzien door op twee gekoppelde zuilen een brok hoofdgestel te plaatsen. Ook kon het dienst doen als van een serie zuilen er enkele lager waren dan de andere. Overigens werden door deze tusschenstukken de rondbogen verhoogd en lichter van aanzien.

Fig. 258.. Een ander nieuw versieringselement is de lisene;

aan de buitenzijde van de muren werden pilastervormige muurverzwaringen aangebracht, die bovenaan werden verbonden door een serie rondbogen, samen een rondbogenfries vormend (S. Apollinare in Cl as se, te

Ravenna). ^■■■■■■■■■■■■■■■■■'»«»»«'"TTTT'rTTTT -*

5. Het inwendige van de Oud-Christelijke monumenten was bij uitstek fraai. De vloeren Fig. 256. 1. bestonden uit mozaïken van veelkleurige marmerplaten. Het benedendeel der muren in

dwarsbeuk en apsis zijn bekleed met gepolijste marmeren platen. Was het ornament van de

vloeren geometrisch, de muren waren met figurale mozaïken bedekt, op een gouden fond.

Het zwaartepunt van de versiering ligt echter in het koorgewelf, apsis en triomfboog.

Grootsche mozaïken bestonden uit glaskubusjes, waarvan het oppervlak öf goud of gekleurd

was, en die waren vastgedrukt in de kalk. In het apsisgewelf bracht men gewoonlijk aan een Rig. 270. afbeelding van Christus, door lammeren omringd (de goede herder en zijn gemeente). BeFig. 265. halve de Verlosser werden apostels en heiligen op decoratieve wijze Jaangebracht, soms ook

op doorschijnend blauwen achtergrond. Pijlers en zuilen werden tot aan de geboorte van de

gewelven kostbaar bekleed en in de arcaden werden draperieën gehangen.

6. Het ornament der eerste Christenen vindt men in Syrië in zijn eenvoudigsten oorsprong. In Antiochië vermengen zich de Oud-Oostersche en Helleensche motieven, waaraan door de Christenen een nieuwe beteekenis

wordt gehecht. Oude motieven als gevleugelde zonneschijf, rozet, zonnerad, draaiende rozet en 6-puntige ster Fig. 268.

werden gecombineerd met kruis, alpha en omega (A £1) of door het monogram van Christus (XP). Bepaalde

motieven, als vlechtwerken, gebruikt voor deuromlijstingen, cirkelvlechtbanden, bestaande uit groote en kleine

cirkels afwisselend, onbegrensde vlakpatronen van dezelfde motieven, en de swasüca komen over Byzantium, Fig. 268.2,3.

Fig. 265.

S. Apollinare Nuovo te Ravenna.

(Naar foto).

Sluiten