Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

280

DE OUD-GHRISTELIJKE BOUWKUNST IN DE NOORDELIJKE LANDEN.

Fig. 275. 2. Ook de Keizerszaal aan de Westzijde van de St.Servaas te Maastricht dateert uit het Karolingische tijdperk. Ze bestaat uit 2 verdiepingen, met een houten tusschenzolder; de benedenste verdieping deed dienst als kapel; de bovenste verdieping had vensters, die het uitzicht gaven in de kerk, en waardoor de keizerlijke familie den dienst kon volgen. De zuiver halfbolvormige koepel rust op een 8-hoek, die den overgang vormt naar het vierkante plan.

De Michaelskerk te Fulda (820—822) is overdekt door een koepel, die op 8 door rondbogen verbonden zuilen rust. Rondom loopt een lagere omgang.

Meer dan volgens centraalbouwtype werd in het Noorden volgens basilikatype gebouwd. Dikwijls, en dat vooral in Duitschland, werd de kerk aan twee heiligen gewijd; maar omdat uitbreiding van het koor niet mogelijk was, werd ook aan de Westzijde een koor gebouwd, waardoor de ingang verplaatst werd naar het midden van een zijbeuk, of wel aan het eind van een dwarsbeuk. Ook werd aan de Westzijde een tweede dwarsbeuk ingevoegd. Aan Oost- èn aan Westzijde van de kerk werd, als er twee apsiden waren, een krypt gebouwd.

6. De krypt, krocht of grafkerk komt nu tot ontwikkeling, In Italië werd meestal onder het altaar een kleine overwelfde ruimte aangebracht. Tijdens de Merovingers bestond de krypt uit verschillende kleinere, door gangen onderling verbonden vertrekken, maar tijdens de Karolingers werd de krypt uitgebreid tot een onderaardsche grafkerk, met zuilen en pijlers, 3 beuken en zelfs een apsis. Tengevolge hiervan werd het koor met eenige treden verhoogd.

Men begon nu ook bij gebrek aan materiaal, de zuilen af te wisselen met pijlers, en spoedig ook werden de zuilen geheel door pijlers vervangen.

De torens dienden, behalve om er de klokken in te hangen, in het Noorden ook ter verdediging. Eerst verrees aan het Westfront één zware toren, later twee, waartusschen de ingang lag. Ze waren echter niet rond, maar vierkant. In Frankrijk werd gewoonlijk op de kruising een klokketoren geplaatst.

7. Wat van de Karolingische basilieken bekend is, weten we slechts uit documenten. Zoo is een volledig in Fig. 275. 4. rooden inkt op perkament geteekend plan gevonden van het klooster met de kloosterkerk van St. Gallen.

Deze basiliek was 3-beukig, met een dwarsbeuk en een verlengd koor door plaatsing van een vierkante ruimte tusschen koor en dwarsbeuk. Van de twee apsiden was de Oostelijke aan Petrus, de Westelijke aan Paulus gewijd. Voor de kerk, er niet mede verbonden, stonden 2 ronde torens, en een halfronde open voorhal. Fig. 277. 3. De zaal te Lorsch vormde een toegangspoort tot een in 774 voltooide kerk, die door Karei den Grooten en zijne gemalin Hildegard werd gewijd. De benedenverdieping werd versierd met halfzuilen, waarop Romeinsche composiet kapiteelen. Tusschen de zuilen waren gedrukte rondbogen aangebracht. Tusschen de kleine ramen Fig. 277.4,5. van de bovenste verdieping kwam de indeeling tot stand door Ionische pilasters, waarop tympans, die onderling tot een zigzaglijn waren verbonden. De muren waren versierd met witte en roode tegels, terwijl het geheel door een eenvoudige lijst op consoles werd gekroond.

Enkele andere belangrijke kapiteelen waren: de kloosterkerk te Fulda, met 2 koren en een dwarsbeuk; de abdijkerk van het klooster Centula; de St. Emmeram te Regensburg, met 2 koren; de Einhardsbasiliek te Michelstadt (Odenwalt) in T-vorm, die gedeeltelijk als 3-beukige pijlerbasiliek bewaard bleef, terwijl de krypt T-vormig was; de Einhardsbasiliek te Seligenstadt (Odenwalt), ook in T-vorm; de oude Dom te Keulen, 820; de stichtskerk te Corvey aan den Wezer, met 2 torens aan de Westzijde; en de kerk van St. Justinus te Höchst (bij Frankfurt am Main), met Korinthische kapiteelen en teerlingvormige tusschen' stukken, uit 840.

Sluiten