Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

338 DE MAHOMEDAANSCHE BOUWKUNST. K

2. Sevilla. Van de groote moskee bleef slechts de minaret bewaard, de Giralda- ^ ' toren, vierkant als alle Noord-Afrikaansche, is in grondplan 14 M. in het vierkant, terwijl de hoogte 57 M. bedraagt, met de uit lateren tijd afkomstige spits 80 M. De zijden van den toren zijn door lisenen ingedeeld, waartusschen kleine vensters de verdiepingen aantoonen. Tusschen de lisenen zijn de bovenmuren overdekt met fijne ruitvormig gerangschikte arabesken.

Het Alcazar is een slot uit de 12eeeuw, gelegen in een prachtig park; geheel in den Mudejaarstijl gebouwd (14e eeuw),is het oude gedeelte verdwenen, en hebben in de volgende eeuwen talrijke verbouwingen plaats gehad. Alleen de hoofdgevel is een nauwkeurige nabootsing van den 12en eeuwschen. Om den grooten middenhof liggen verschillende vertrekken Fig- 327. gerangschikt, o. a. de zaal der maagden, waarin zuilen, wanden en vloeren van

Fig. 316.

wit marmer en wit pleisterornament zijn;

en de zaal der gezanten, met Moorsche "g* 322.

bogen boven fijne zuilen, alleen overtroffen door die uit het Alhambra.

3. Toledo. De Moorsche zonnetoren dateert uit de lle eeuw. De kleine moskee heet nu het klooster Christo de la Luz. Door 4 zuilen wordt het grondplan in 9 evengroote vierkanten verdeeld, overdekt door 9 koepels, waarvan de middenste de hoogste is. De toegepaste boog is hoefijzervormig,

De Santa Maria la blanca, uit de lle eeuw is 5-beukig. De hoefijzerbogen van de arcaden rusten op 8-hoekige pijlers van gepleisterde baksteen, gekroond door merkwaardig versierde arabesken kapiteelen.

Zatagossa. De kazerne, met sterke hoefijzerbogen uit de lle eeuw, was oorspronkelijk het slot de la A1 j a f e r i a.

4. Granada. Het Alhambra, een kasteel begonnen in 1232 lijkt van buiten op een bergFig. 310. 2. vesting, doch is inwendig van zoodanigen pracht, dat het gerekend wordt de laatste en

hoogste uiting te zijn van de Moorsche kunst. In werkelijkheid was het Alhambra in de

9e eeuw een bergvesting, die veranderd werd in een koningspaleis; uitwendig zijn van de

36 torens nog 13 bewaard gebleven. Fig. 333. Op een aantal hoven komen verschillende zalen en vertrekken uit. De zuilen zijn dun,

marmeren monolithen, en ter wille van de sterkte vaak gekoppeld, zelfs 3- of 4-voudig. Ze Fig.317.1,2. dragen sterk verhoogde rondbogen, die ook wel een weinig spits- of weinig hoefijzervormig Fig.3i8.a,b. zijn, en aan den binnenrand bezet met takken en boogjes, en stalaktieten, zoodat ze als van

Sluiten