Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

358

DE ROMAANSCHE BOUWKUNST.

gedeeld. Omdat nu het portaal van een groot gebouw allicht wat klein en nietig zou lijken, werden de wanden buiten- en bovenwaarts nisvormig verwijd, Fig. 346. die, terwijl de deur hanteerbaar bleef, een grootschen indruk maakten. Het praktische nut van de afschuining der dagkanten was nog, dat de kerkgangers bij het uitgaan van de kerk makkelijker naar buiten zich verspreidden, en na den dienst onder de scharen geen gedrang behoefde te ontstaan. Om dezelfde redenen werd ook het portaal binnenwaarts verwijd. De schuine nisrand werd trapsgewijs uitge- , diept, en in de inspringende hoeken vonden zuiltjes een plaats, Fig. 352. waarop weer eveneens bogen rustten; de binnenste kleinste boog omvatte het boog veld, dat zich bijzonder leende voor een figurale versiering. Bij kleinere portalen ontbreekt onder de bogen het tympan, maar toch vormt het bogenprofiel, bestaande uit rondstaven en diepe hollen door vlakke bandjes gescheiden, een mooi architectuur fragment. Groote portalen zijn vaak aangebracht in een naar voren uitgebouwde muurver¬

zwaring ; hierdoor wordt de nis dieper en het perspectievisch effect grooter. Het is dan afgedekt door een zadeldak (Saint Trophime te Ar les) of eenvoudig rechthoekig beëindigd.

Het voorportaal, soms voor den voorgevel, dan weer aan den zijbeuk gebouwd, is een Fig. 348. overdekt portiek, dat ook wel paradijs werd genoemd, omdat hier de ceremoniën in plaats

Sluiten