Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

366 DE ROMAANSCHE BOUWKUNST. "

Fig. 368. Geveldetail van de Notre-Dame la Grande te Poitiers, tweede helft van de 12* eeuw.

gelijken. Ook de dakvlakken van den torenhelm zelf werden voorzien van dakramen, terwijl boven op den top het kruis werd geplaatst met den haan als symbool van waakzaamheid. 9. De betrekkelijk zeer kleine vensters in de zware muren zijn met schuine dagkanten Fig. 349. d. bewerkt, waardoor meer licht kan toetreden. Ieder venster staat in de as van een travée, tusschen twee lisenen in. De ramen aan de apsis zijn hoog geplaatst, weinig in aantal (3 of 5) of, bij kleine kerken, is ze zonder ramen. De afschuining van de dagkanten heeft naar buiten èn binnen plaats, soms zelfs trapvormig met zuiltjes in de hoeken, op de wijze van de portalen. De kerkvensters waren enkelvoudig; gekoppelde twee- of drielichten komen uitsluitend voor aan de torens, waarbij dan de vensterhelften door twee zuiltjes, bij zware muren twee achter elkaar, gescheiden zijn. In het Laat-Romaansche tijdvak maakt een enkele maal de rondboog plaats voor den spitsboog, en, onder Oosterschen invloed, werden ze soms naar boven waaiervormig verbreed of samengesteld uit bogen, getrokken uit verschillende middelpunten (klaverbladboog).

Fig. 349. c, r. De lijstwerken zijn, tengevolge van het niet zeer goede materiaal en het gebrek aan technische vaardigheid van de werklieden, eenvoudig, zelfs grof geprofileerd en van geringen voorsprong buiten de muren. Meestal is het profiel een combinatie van kwart- en halfrond

Sluiten