Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ROMAANSCHE BOUWKUNST.

367

met bol, gescheiden door platte banden. Dekkende lijsten zijn schuin afloopend, met een eenvoudig, zelden ojiefvormig profiel er onder. Dragendelijsten, Fig. 349. r. als b.v. de sokkel, hebben een schuinen kant of staaf bovenaan ter beëindiging. Een enkele maal nadert het profiel dat van een Ionisch zuilbasement. Alleen de kroonlijst springt iets Fig. 349. b. meer voor, rust op con- \ soles (Dom te Pavia) i Fig. 368. of volgt terstond op het j rondbogenfries. Het j profiel is dan ongeveer ! een omgekeerd Attisch- ] Ionisch basement. Con- | soles, kraagsteenen of : corbeau's zijn met mas- | kers en koppen ver- • sierd.

10- De pijlers uit het { Vroeg-Romaanschtijd- f vak zijn eenvoudig vier- : kant opgetrokken, als { een deel van den hoofd- j" beukmuur. Daarna : Fig. 349. q. kreeg, omdat ook zuilen { werden toegepast, de • pijler een Voet in een- L

voudig basement profiel

3,4

Fig. 369.

12* eeuwsche grafsteen uit Cluny. 4. Van den hoofdinaano mn

1.

2. Houtsnijkunst uit Noorweoen

3. Ornament van het Noordelijk por taal van de kerk St. Denis.

de

St. Etienne de Sens

5. Duitsch-Romaansche rank. •

(Naar Godefroy. Ornamentstijl)

en een abacus; de schemp niiWlrnnre,, „r r

gehold, en ^ iater kwamen in dere vier „„«en £ü « sZZ^Z Z doorsnede, toida, in nee bloeitijdperk van de Romaansche periode de pijlerdoorsnede verrijkt

Sluiten