Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

384

DE ROMAANSCHE BOUWKUNST.

389. De Dom te Worms, van het ZuidWesten gezien.

werk, kon het voor oude Duitsche steden karakteristieke overkragen van de verdiepingen plaats vinden; door consolevormig uitstekende horizontale vloerbalken konden de bovenverdiepingen een voorsprong krijgen, waardoor evenwel het gebrek aan lucht en licht in de toch al nauwe straten maar sléchts verergerd werd. In de lle eeuw werd de geheele benedenverdieping van steen opgetrokken, die dan door op zware pijlers rustende kruisgewelven werd overdekt; hierboven werd de bouw voltooid door vakwerk. Eerst in de 13e eeuw werden de huizen meer algemeen geheel van steen opgetrokken, en eindigen dan in een gekanteelden of driehoekigen topgevel. De daken werden afgedekt met riet, stroo of houten dakbordjes; vóór de 12e eeuw werden zelden dakpannen toegepast. In Cluny o. a. treffen we overstekende sparredaken aan, die een fraaie schaduwwerking opleveren; in de begane grondverdieping is dan, inplaats van een

goede verhouding aangebracht. De vloeren zijn bedekt met een kalk- en zandlaag, of met tegels, eerst met in reliëf ingedrukte ornamenten, later met verglaasde of onverglaasde tegels. Ze rusten op moerbalken met kinderbalken, die zichtbaar bleven. Het dak is betrekkelijk steil. Wateren de daken in Frankrijk b.v. nog af op straat, in Duitschland mag dit niet en geeft dit verbod aanleiding tot het ontstaan van hooge topgevels, meestal gekanteeld.

In Duitschland vertoont de bouwwijze overigens nog andere merkwaardigheden. Door toepassing n.1. van vakwerkbouw, houten posten en dwarsbalken, waartusschen baksteen of houtblokjes, of een met kalk, leem en stroo dichtgemaakt lak-

Fig. 390. Parochiaalkerk te Andernach, uit het begin van de 13e eeuw. Koor en Oosttorens uit de eerste helft van de 12e eeuw.

380.

Sluiten