Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

422

DE GOTHISCHE BOUWKUNST.

1. Dom te Utrecht.

2. St. Jan te 's Hertogenbosch.

3. St. Bavo te Haarlem.

Fig. 433.

4. Kathedraal te Milaan.

5. Dom te Halberstadt.

6. O. L. Vrouwenkerk te Antwerpen.

gestalte; ramen, trap, treden, deuren, balustrades en basementen worden niet grooter, als het gebouw grooter wordt. Een pijler, al draagt deze veel ribben, wordt niet zwaarder, maar voorzien van meer schalken. Het groote portaal gaat slechts open voor processies met banieren. In geen geval worden de proporties afgeleid van onderdeelen, zooals b.v. de zuildoorsnede bij de klassieke tempels.

De bouw van deze bezielde, hooge, lichte en luchtige kathedralen, deze grootsche ruimtescheppingen met uiterst weinig materiaal, duurde uit den aard der zaak lang. Aan eenzelfde gebouw kan daarom soms de ontwikkeling van den Gothischen stijl worden nagegaan, van Oost naar West, en beneden naar boven. Er zijn Gothische kathedralen, begonnen in het Romaansche tijdvak, en voltooid in de Renaissance. Ook vele kathedralen bleven onvoltooid, doordat de bouw te lang duurde, dan dat één generatie de voltooiing zag, en de jongere generatie aanvaardde niet steeds de onvoltooide erfenis.

De Gothische kerken vertoonen een groot aantal zeer verschillende plannen; toch is voor al deze gebouwen eenzelfde streven in constructieve richting karakteristiek. Bij de klassieken werd de afdekking gedragen door zware zuilen pn muurmassa's; in de Gothiek is het streven een zoo licht mogelijke afdekking, de gewelven, door zoo weinig mogelijk materiaal te doen

Sluiten