Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE GOTHISCHE BOUWKUNST.

479

Fig. 510. De kloostergang te Utrecht.

leggen. Dat de Belgische kathedralen niet dien indruk maken, welke de vrijstaande Fransche verwekken, komt omdat ze, ook al weer op 'n enkele uitzondering na (St. Goedelakerk te Brussel), geheel of gedeeltelijk zijn ingebouwd, zoodat alleen de hoofdingangen zijn vrij gebleven.

In Nederland heerschte steeds weinig geestdrift voor kathedraalbouw, of was de geestdrift spoedig bekoeld, waardoor de bouw slechts langzaam vorderde, en bij uitzondering een kathedraal de voltooiing nabijkwam. De Nederlandsche kathedralen, met Utrecht en 's Hertogenbosch in de eerste plaats, besloegen wel een groot oppervlak, maar zijn niet hoog: de bodemgesteldheid liet geen hoogen bouw toe. De verhouding van onze Gothische kerken in het bloeitijdperk (15e eeuw) is een voor de Gothiek buitengewone. Steenen gewelven zijn, ook weer tengevolge van de bodemgesteldheid, gewoonlijk vervangen door, soms bijzonder fraai bewerkte, houten gewelven. De slanke torens, waarbij de architect slechts te zorgen had voor een goede fundeering ter opname van den vertikalen druk,

Sluiten