Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12

stens twee jaren de genees- en heelkundige behandeling van zieken gevolgd heeft, en voor de toelating tot het tweede gedeelte het bewijs, dat hij, in tegenwoordigheid van een bevoegd verloskundige, in Nederland of in Nederlandsch-Indiƫ minstens tien gewone en twee buitengewone verlossingen verricht heeft. In geval beide gedeelten niet gelijktijdig met goed gevolg worden afgelegd, wordt aan hem, die bij het eerste gedeelte voldaan heeft, hiervan een bewijs uitgereikt, tegen overlegging waarvan hij tot het tweede gedeelte afzonderlijk wordt toegelaten.

Van de overlegging der in de vorige alinea bedoelde verklaring en van het daarin genoemd bewijs zijn vrijgesteld de personen bedoeld in artikel 19 onder b.

ARTIKEL 19.

Tot het afleggen van het practisch arts-examen zijn alleen bevoegd:

a. zij, die bedoeld zijn in artikel 94 der wet van 28 April 1876 (Nederlandsch Staatsblad No. 102) tot regeling van het hooger onderwijs, of volgens de bepalingen dier wet met de zoodanigen gelijk staan;

b. zij, die na afgelegd examen het recht tot uitoefening der geneeskunst in haren geheelen omvang in een ander Rijk overeenkomstig de aldaar geldende bepalingen hebben verkregen. J)

ARTIKELEN 20 t/m 23 vervallen (St. 1905 no. 257).

ARTIKEL 24.

Bij het practisch examen ter verkrijging van de bevoegdheid tot het uitoefenen der tandheelkunst, waaronder verstaan wordt de plaatselijke behandeling van ziekten der tanden, der tandkassen en van het tandvleesch, worden gevorderd voldoende bewijzen van practische kennis van de operatieve tandheelkunde en van het inzetten van kunsttanden en gebitten.

ARTIKEL 25.

Bevoegd tot het afleggen van het practisch examen als i) Staatsblad 1905 No. 257.

Sluiten