Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

223

ARTIKEL 11.

De subsidiën worden onderscheiden in:

I. subsidiën in eens;

II. jaarlijksche subsidiën;

III. subsidiën, welke niet aan bepaalde tijdvakken zijn gebonden.

ARTIKEL 12.

(Aldus gewijzigd bij St. 1911 No. 472)

(1) Als subsidie in eens wordt ten hoogste toegekend:

a. voor de oprichting van het hulpziekenhuis, waaronder begrepen de bouw van woningen voor het Europeesch personeel, dat volgens de bepalingen dezer subsidie-regeling is toegestaan, en het verkrijgen van terrein, wanneer geen geschikte Gouvernementsgrond beschikbaar is,, die in bruikleen kan worden gegeven, het drie vierde gedeelte van de werkelijke uitgaven;

b. voor verbouwing, vernieuwing of uitbreiding, waaronder niet begrepen de kosten van. gewoon onderhoud, wanneer de noodzakelijkheid daarvan door den Gouverneur-Generaal is erkend, eveneens het drie vierde gedeelte van de werkelijke uitgaven;

c. voor eerste uitrusting van een hulpziekenhuis der:

lste klasse een bedrag van f 1000 (een duizend gulden) ; 2de klasse een bedrag van f 2250 (twee duizend twee honderd vijftig gulden).

(2) De aanvrager van de subsidiën sub a en b zal ten genoegen van den Gouverneur-Generaal moeten aantoonen, dat bij de raming der kosten of, zoo het benoodigd terrein reeds verkregen en de werkzaamheden reeds hebben plaatsgehad, bij het doen der uitgaven, gepaste zuinigheid is betracht, en dat de nieuwe of verbouwde dan wel vernieuwdegebouwen voldoen of zullen voldoen aan billijke eischen vangeschiktheid en goede constructie.

(3) Bij de uitbreiding van een hulpziekénhuis, waardoor het in eene hoogere klasse komt dan die, waarvoor de subsidie is verleend, wordt opnieuw eene subsidie voor eerste uitrusting, verleend overeenkomende met het verschil tusschen de voorbeide klassen vastgestelde subsidiebedragen.

Sluiten