Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot heilige harmonie, tot ontijdelijke schoonheid verheerlijkt, sereen als in maan-nacht een marmerbeeld, en alleen door de zwelling der gongendfluisterende snaren-materie breekt een enkele maal de reëele bitterheid van het voorheen. ')

Het zijn zulke zieletoestanden, die de wijd-uitmijmerende stemmings-stukken van latere strijkkwartetten uitspreken,2) die een machtig stadium zijn in Beethoven's grooten stroom der polyphonie, die met Bach's werk begint en met Wagner's Parsifal eindigt. Maar waar de polyphonie bij Bach nog vaak doel 'is, of doel en middel één zijn bij hem, en hij proefde de vreugd van zijn toonmacht, sprekend enkel tot ingewijden en verliefden van de toon-geheimen, is in deze quartetten,—evenals de symmetrie der constructie, — de veelstemmigheid tot emotie-expressie vergeestelijkt, want in de ontwikkeling der toonkunst zijn nooit geheel eenzame wegen, en in deze artificieelste kunst is het grootste nooit zonder directe verwantschap met het grootste van vroeger. „Bach's wonderbaar werk," zegt Wagner (DC, 116), „werd hem tot bijbel van zijn geloof, daarin las bij, vergetend de wereld van geluiden, die hij nu niet meer vernam. Daar stond het raadselige woord geschreven van den droom zijner diepste ziel, dat eens de arme Leipziger Cantor had neergeschreven als eeuwig

*) Strijkkwartet op. 59 Adagio molto e mesto.

2) Cavatina Es-dur op. 130, Andante con moto (A moll uit op. 59 n°. 3, Molto adagio E dur op. 50 n°. 3, hét gevarieerde Adagio 12/8 op. 95, de Canzona in lydische toonaard uit op. 132, n°. 1, 4, 6 uit het Cismollquartet op. 131.

4

49

Sluiten