Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunst dezer nieuwste tijden, indien de kracht en de naieve robuste eerlijkheid, in vergelijking met het heden, niet zoozeer aan zijn kant waren.

Of zou een verdere blik in de toekomst, een volgende stap in de richting van het ideaal, ons niet de vraag op de lippen kunnen leggen, of de blik dien wij naar het verleden wierpen, wel rein was en niet getroubleerd door de begeerte der hongerenden ? Of het genot om het genot niet de vijand kon zijn van het geestelijke zoowel als van het hchamelijke leven, of een ,,zielevervoering" nü nog iets meer en iets anders kan zijn dan een „geesteswandeling", of het niet onze geest is, die het rijk der kindsheid en het koninkrijk der hemelen onverbiddelijk voor ons sluit ? Of wij niet zijn gedoemd, ons eigenbesef en de engheid onzer individualiteit als een spookachtige schaduw nimmer te kunnen ontioopen ?

Wellicht is hij schoon, de mensch dezer tijden, maarzoo hem eenige schoonheid niet vreemd is — het is niet die, wier wezen bestaat door de gratie der van zich zelf onbewuste onschuld, en zoo er in deze ideeënorde één probleem het gewichtigste mag worden genoemd, dan is het voorzeker dat van de waarde en de onderlinge verhouding van het ethische en het aesthetische.

Daarom zij hier tot staving van het bovengezegde,^ verband met het aangeroerde onderwerp, even gewaagd van eene zonderlinge en kenschetsende meening van Richard Wagner over Beethovens Missa Solemnis — of liever over de belangrijke en nieuwe beteekenis, die

146

Sluiten