Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het leven gaan en die elkaar verstaan met een wenk en een lach l"1) — dan vraagt men zich af, wat ter wereld kan de auteur daarmede bedoelen ? Wie verstaan elkaar „met een wenk en een lach ?" Wat bedoelt de heer De Boer met „de afkeer van hetgeen hem lijden doet ?" Hoe kan dat van Nietzsche gezegd worden, van den man die schreef: „Geist is das Leben, das selber ins Leben schneidet, an der eignen Qual mehrt es sich das eigne wissen, — und des Geistes Glück ist dies: gesalbt zu sein und durch Thranen geweiht zum Opferthier"2), en zooveel andere welsprekende getuigenissen van de onmisbaarheid van het lijden voor het leven? Aan dit gemis aan psychische affiniteit, onvermogen om het temperament van Nietzsche te begrijpen, moet het dunkt mij, worden toegeschreven, dat de rede van den heer De Boer niet alleen naar een journalistiek schema van rubrieken en paragrafen is opgebouwd, dat een geheel scheef beeld van Nietzsche's ontwikkelingsgang geeft, maar dat Zij ook in bijzonderheden vol is van onmogelijkheden en onjuistheden. Hoe weinig begrip moet de heer De Boer van Nietzsche's positie als philoloog tegenover zijn leermeester Ritschl hebben gehad, wanneer hij beweert, dat deze hem onderscheid had leeren maken tusschen Wetenschap en Philosophie, terwijl toch juist het essentieel verschil tusschen leermeester en leerling hierin bestond, dat voor den een de

») Pag. 18.

') Also sprach Zarachustra, II, 33.

201

Sluiten