Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groote fonkelende brilleglazen, eene wedergeboorte van den romantiker Amadeus Hoffmann of van den kapelmeester Kreisler.

Neen, het was niet te vermoeden in een tijd die van niets anders „droomt" dan van hygiëne, sport en „organisatie", dat er een man als Mahler bestaan kon, een dusdanig „daemonische" mensch, een mensch dermate beheerscht door wat de oude Grieken den daimoon noemden: de goddelijke kracht in zijn binnenste, het gestadig brandende vuur der allerfelste geestdrift, eener gloeiende, ja fanatische „Begeisterung", die al zijne handelingen en uitingen karakteriseerde, een man bezield met een psychische energie van ongeloofelijke spankracht, gepaard aan de waakzaamheid van het scherpste en koelste intellect, niet enkel een groot kunstenaar in den zin van een voortreffelijk techniker, maar een „dichter" in de ruimste en edelste beteekenis, de moedigste, waarachtigste mensch, met de ziel van een kind, en een hart vol van alles omvattende liefde.

Waarlijk als op iemand het woord van toepassing is, dat de „reinen van hart" God zullen zien, dan is het op Gustav Mahler. Want „God" heeft hij „gezocht" met den gloeienden zieledrang van een oud-testamentisch profeet, hij de „zoon van het oude volk". God heeft hij „gezien", zooals zijn broeders Palestrina, Bach, Handel, Beethoven, zooals ooit een mystiker in vroegere rijden, en in die aanschouwing is hij geworden de laatste Hymniker, de laatste verheerlijker van het leven, gezien onder den gezichtshoek van het eeuwige en goddelijke.

313

Sluiten