Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FREDERIK VAN EEDEN'S ONTWIKKÉLINGSGANG 49

geheel natuurlijk, omhoog voeren uit dezen tijd van heer* schappij der domme massa tot een edeler regime, waarbij de geest regeeren zal. In de rij der groote koningsfiguren staat zij zichtbaar opgeteekend. Wij hebben den herder* koning gehad; na hem is de krijger-koning gekomen, die heeft plaats gemaakt voor den priester*koning. Met den burgerkoning zakten wij af naar koning burger, om tijdelijk overgeleverd te worden aan koning demos. De ontwikke* hng der ideologie is echter, bij alle inzinking, als geheel een stijgende; de heerschappij van den geest zal komen en de dichter-wijsgeer zal de drager zijn van het door den veredelden mensch geëerbiedigde gezag. Johannes ziet den Tempel van de toekomstige Menschheid; Bach en Shelley, als vorsten erkend om de macht'van hun genie, zijn daar vereeuwigd en heerschen in de harten der menschen. Bis* marck is echter vergeten, evenals de overige geweldenaren. De menschheid is volgroeid; niet macht en geweld, maar de geest is heer over de herboren wereld.

Dit vooruitzicht moet voor een oogenblik verblijdend zijn voor wie in het donker tobt over de tuchteloosheid van het menschdom en de tanende macht van de idee. Deze verwachting is bij Van Eeden zeker versterkt door een figuur als Tagore, met zijn geestelijke heerschappij over honderden miHioenen, in wien het ideaal van den dichter»koning schijnt verwezenlijkt te zijn, schoon het nog verre van staatkundig geconsolideerd is. Maar op de vraag hoe de ontwikkeling der menschheid in deze richting té leiden heeft hij geen antwoord, behalve dan de algemeenheid, dat het wezen der ontwikkeling geen degeneratie kan zyn. Maar alleen het katholieke antwoord had hier den dichterlijken droom kunnen verheffen tot een meer bewuste profetie. Uit ontgoocheling geboren, is deze droom M«ts dan een uiterst schamele troost gebleven; bij het licht der kritiek wijkt de dichter*koning naar een onberekenbaar verre toekomst. Onderwijl vechten de pure machtskoningen m allerlei gestalten een vernielenden strijd om de praedo*

Sluiten