Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

50

FREDERIK VAN EEDEN'S ONTWIKKELINGSGANG

minatie over de menschheid. Bekomen van een democratie, die niet leeft uit de eenheid van een godsdienst, begint Van Eeden autocratische neigingen te vertoonen.

Deze neiging, ofschoon verklaarbaar als aanvechting, is echter onvruchtbaar. De tijden, waarin de autocratie, hoe verlicht ook, mogelijk was, zijn voorbij. Met geweld is niets te beginnen; ook voor geestelijk geweld is de menigte met den dag minder vatbaar. Het probleem, hoe de geestelijke en maatschappelijke orde te herstellen, laat zich, waar het christendom wordt verworpen, bepaald hopeloos aanzien. Zooveel is zeker, dat de dichter«koning tegenover de ont* ketende èn ontgeestelijkte massa van tegenwoordig alleen maar een tragisch figuur zou slaan.

Echter zal de vraag, hóe het in wezen geheel autocratisch gezag van geest en waarheid op den duur met de democratie te verzoenen en deze van ordelooze verdeeldheid tot auto* nome eenheid te verheffen, thans voor Van Eeden geen vraag meer zijn. Hij zal hebben leeren berusten in de ge* dachte, dat er eeuwen zullen verloopen, eer de geest zal, regeeren in plaats van gekUof wapenmacht; hij zal zich neerleggen bij het inzicht, dat ook dan de heerschappij van den geest zal worden aangevochten, zoolang de mensch zondig is — dat is tot het einde toe. Daarnaast echter heeft hij de zekerheid veroverd, dat, naarmate het christen* dom opnieuw de menschheid bezielt, een democratie, die groot is, door geestelijke zelftucht, zij het in beperkte mate, verwezenlijkt zal worden. Den utopist Van Eeden is het vizioen van den Tempel der Menschheid en van de Licht* stad immer bijgebleven. Hoe bitterder ontgoocheld, hoe inniger zijn hopen en verwachten tot die toekomst moeten zijn uitgegaan. Totdat met zijn bekeering de vaste ver* wachting kwam van de finale volgroeiing van mensch en menschheid in verheerlijkt lichaam. Nu over zijn droom van den Tempel der Menschheid en van de Lichtstad het licht der openbaring schijnt, zullen zij zich hem vertoonen als het Koninkrijk Gods op aarde en de hemelsche Stad Gods.

Sluiten