Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

52

FREDERIK VAN EEDEN'S ONTWIKKELINGSGANG

haal van Johannes' eerste jeugd zijn geschreven, vindt hij niet terug, maar de toon van rustige wijsheid, die klonk in het Lied van Schijn en Wezen, is in het tweede boek daarvan verdiept. Juist die toon maakte, dat dit lied de stem van den roepende in de woestijn werd; publiek en kritiek, ontwend om in de schoonheid de stralende wijs* heid te zoeken, hielden zich aan de kunst, die passie is.

De utopist van Walden, de bedrijfsleider en theoreticus over arbeid en grondbezit, was door de werkelijkheid ge* louterd; hij was gegroeid tegen de verdrukking in naar rechten menschenaard.

Uit den brand van het teisterende leven kristalliseert het tweede boek van het Lied van Schijn en Wezen in groote zuiverheid uit. In gewin van sterker menschelijkheid zet de ontwikkelingsgang zich hier voort. Van het pan* theïstisch dualisme vecht hij zich in zooverre vrij, dat hij kwaad en onrecht begrijpt in hun negativiteit; kwaad acht hij afwezigheid van goed, onrecht van recht. Naar God toe öf niet, dat zijn de kosmische hoofdbewegingen, waar* naar het leven, met al zijn schijn van verwarring en tegen* spraak, te coördineeren valt. Wereld en leven zijn op een doel, een eindbestemming gericht. Die finaliteit moet er zijn; zij is het wezen onder den schijn der tegenstrevende bewegingen, al valt het zwaar haar te onderscheiden. De zinnen zijn de groote bedriegers; zij leiden af van de wijs* heid, van het doorgronden van het doel van het bestaande. Roem, glorie, hulde, zij zijn alle bedriegelijk; zij binden en verblinden den mensch.

Daarom zijn wij slechts vrij naar de maat onzer wijsheid; de wijze mensch laat zich niet binden door het betrekke» lijke; hij is zoo vrij als hij on*gebonden is. Aldus mediteerde Van Eeden, die thans inziet, dat de mensch weliswaar te zuiverder zichzelf is, naarmate hij zich minder overgeeft aan den schijn der dingen en dus wijzer is, maar dat geen wijsheid ter wereld hem kan stellen buiten Gods tucht. In zooverre is en blijft de menschelijke vrijheid betrekkelijk;

Sluiten