Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

66

FREDERIK VAN EEDEN'S ONTWIKKELINGSGANG

zet zich dieper vast in de ziel het besef van 's levens on* bestendigheid. Alles begeeft hem; iedere schijn verbleekt; wat standvastig en duurzaam scheen, verraadt zijn vergan* kelijkheid. Alle bijkomstige zaken vallen weg. Er rest maar één zekerheid, slechts één feit staat vast in het verschiet: het einde en het dreigende daarna. Voor den waarachtig levenden mensch is dan maar één houding meer mogelijk. Hij wendt den geest af van alles wat betrekkelijk en ijdel is bevonden. Alle vragen verstommen voor die naar het einde en de vervulling des levens en naar den grooten overgang. Met een macht, die alles rond zich heen terug dringt, kwelt de vraag, waartoe dit leven heeft gediend.' In den levensavond vooral wordt de mensch zich bewust van de groote, volstrekte verhoudingen van zijn bestaan. Het moet verschrikkelijk zijn, deze bewustwording te onder* gaan in een staat van onzekerheid. Door het volstrekte onweerstaanbaar gegrepen, wordt de bejaarde mensch door vrees bevangen. Die vrees is heilig; maar de wereld, die haar zinnen op de betrekkelijkheden heeft gezet, heet haar een kwaal van den ouderdom en een teeken van geestelijke inzinking.

Onder het geweld van deze beproeving en in het besef, dat het nu om de eeuwigheid gaat, werpt Van Eeden einde* lijk zijn hoogmoed af. Hij is bereid om eenvoudig te zijn als de kinderen. «Indien gij niet wordt als de kinderen» — na zijn levenslange worsteling met zichzelf en na al zijn nederlagen, erkent hij van dit goddelijk woord den diepen zin. En hij gaat zijn heil zoeken bij de monniken. Het heeft er iets van, of hij als psychiater een onderzoek pro* beert op het gebied van het vredige leven. Misschien zal het klooster het geheim openbaren, hoe te geraken tot dien staat van rust, waar zóó zijn ziel naar haakt.

Dan komt weer de geest van hoogmoed met alle macht van bekoring over hem, voor de laatste maal. Hij vat zijn aan* dacht samen en spant zijn intelligentie ten uiterste. De tijd is kostbaar, want het einde is nabij. Het gaat om de waar*

Sluiten