Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de wereldbeschouwing van den onderzoeker zich verraadt. Desnoods onbewust, misschien geheel onwillekeurig; maar verraden zal zu" zich." *) En in denzelfden zin schrijft ook d'Aulnis de üourouill in zijn studie „Eenige inzichten van Adam Smith", opgenomen in den Grevenbundel, dat „de staathuishoudkunde gerekend moet worden tot het gebied der psychologische wetenschappen" 2): het komt mij inderdaad onbetwistbaar voor, dat zonder psychologische interpretatie der sociale feiten geen sociologie of sociale t wetenschap mogelijk is. 8)

Met name ten aanzien der staathuishoudkunde blijkt dit verband, althans in ons land op het einde der vorige eeuw, niet met even zoovele woorden erkend: wel doelt bijv. Pierson in de Inleiding van zijn leerboek der staathuishoudkunde op dezen samenhang, waar hij schrijft dat, naast persoonlijkeennatuurlijke, ook maatschappelijke faktoren van welvaart moeten worden erkend, maar de regels die meer bepaald tot versterking der persoonlijke faktoren betracht moeten worden, sluit hij zeer nadrukkelijk buiten den kring van het economisch onderzoek4). Elders weer de bezwaren vermeldende, verbonden aan het opsporen van economische wetten, stelt hij als voorbehoud, waaronder men alleen zich op die wetten kan verlaten, „dat het wezen van den mensch, gelijk men dit overal leerde kennen, geen principieele verandering ondergaat." Hoe eenvoudig, hoe nuchter bijna Pierson zich dit „wezen van den mensch" voorstelt, blijkt wel duidelijk uit zijn nadere toelichting: „Brak een tijd aan, waarin de mensch, zonder daartoe gedreven te worden door godsdienstige of andere motieven, het hem onaangename boven het hem aangename verkoos, enkel omdat het hem onaangenaam ware, of waarin hij de middelen leidende tot een doel ongebruikt liet, juist ten einde zbn doel niet te bereiken en met geen andere beweegreden, dan zou geen economische wet meer gelden."

Pierson oordeelt het dan ook onnoodig bij dit psychologisch

*) blz. 32 v. v. Zie ook Prof. Mr. Paul Scholten, in Recht en levensbeschouwing, Synthese II, blz. 21 v. v. *) blz. 13.

a) Ik ga dus nog een stap verder dan Prof. Mr. Kranenburg, die alleen spreekt „over de noodmkelijkheid eener rechte- en staatsleer op psychologiseren grondslag" (Tijdschrift voor Wijsbegeerte VIII, blz. 391). Of er echter ooit „één algemeen erkende empirische rechtsphilosophie" zal kunnen zijn (blz. 401), komt mij in alle opzichten betwistbaar voor.

*) blz. 10.

16

Sluiten