Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pelijk noodzakelijke arbeidstijd, bepaalt zijn waardegrootte. De enkele waar geldt hier in het algemeen als gemiddelde harer soort. Waren, waarin even groote arbeidshoeveelheden vervat zijn, of die in denzelfden arbeidstijd gemaakt kunnen worden, hebben derhalve dezelfde waardegrootte. De waarde van een waar staat tot de waarde van iedere andere waar, als de ter productie van de eene waar noodige arbeidstijd staat tot dien noodig ter productie van de andere. „Als waardemassa's zijn alle waren slechts bepaalde hoeveelheden gestolde arbeidstijd".*)

Marx introduceert hier een waardebegrip, hetwelk rechtstreeks georiënteerd is aan een opvatting van en een inzicht in de beteekenis van de arbeidsidee, welker doorgronding eigenaardige vereischten stelt aan het denkvermogen; reeds in de eerste afdeeling van het eerste hoofdstuk, De Waar, doelt hij hierop, wanneer hij schrijft, dat „de arbeid, die het waardegehalte vormt, gelijke menschehjke arbeid is, besteding van dezelfde menschehjke arbeidskracht." In „Het Kapitaal" spreekt Marx van „een onderscheidslooze massa van menschehjke arbeidskracht, hoewel zij uit tallooze individueele arbeidskrachten bestaat", in „Zur Kritik" van „die Reduktion der Arbeit auf einfache, sozusagen qualitatslose Arbeit". Het dubbele karakter van den in de waren belichaamden arbeid onderwerpt hij nu aan een nader onderzoek, en „da dieser Punkt der Springpunkt ist, um den sich das Verstandniss der politischen Oekonomie dreht", moet de tweeslachtige natuur van den in de waar opgesloten arbeid allereerst toegelicht worden. Hier doet zich nu m.i. al dadelijk het groote bezwaar gevoelen, waarop ik in de inleiding reeds met een enkel woord doelde: in de aangehaalde zinsneden van „Het Kapitaal" toch is eigenlijk reeds de geheele strekking en het geheele systeem van Marx' gedachtengang neergelegd; een duidelijk inzicht in de beteekenis van dit fundamenteele punt kan men niet krijgen, wanneer men zich geen voorstelling gemaakt heeft van den geest en den wijsgeerigen grondslag van het marxistische stelsel. Het betoog van „Het Kapitaal" treedt dan ook, als absoluut stelsel zonder begin en zonder einde, telkens in herhalingen, werkt voorstellingen en beeldspraken, die vroeger zonder commentaar als axioma's

') In izijn Zur Kritik der politischen Oekonomie formuleert Marx deze zelfde conclusie reeds, en ook hier in den onmiddellijken aanvang van zijn betoog: „Als Tauschwert eind alle Waren nur bestimmte Massse festgeronnener A rbeitszeit".

24

Sluiten