Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De kapitalist nu wil in onze maatschappij niet enkel een gebruikslichaam produceeren, maar een waar, niet slechts nuttigheid, maar waarde en niet alleen waarde, maar ook meerwaarde: omdat als waardemassa's alle waren slechts zijn bepaalde hoeveelheden gestolde arbeidstijd, springt de fundamenteele beteekenis van wat wij onder abstract menscheUjken arbeid hebben te verstaan, duidelijk in het oog: hier ligt inderdaad de hoeksteen der marxistische economie.

In welke gedachtenwereld leeft Marx, dat het hem mogelijk is te zeggen, dat „het weven bijv. niet in zijn konkreten vorm van weven, maar in zn'n algemeene eigenschap van menschehjken arbeid de waarde van het linnen vormt", zoodat doelmatige productieve bezigheden, die alle de algemeene eigenschap van menschehjken arbeid hebben, bij de waardeproductie alleen uit dit oogpunt in aanmerking komen? Als vormer van gebruikshchamen, als nuttigen arbeid, noemt Marx „den arbeid een van alle maatschappelijke vormen onafhankelijke bestaansvoorwaarde der menschen, een absolute noodzakelijkheid om de stofwisseling tusschen mensch en natuur, derhalve het menschehjk leven mogelijk te maken", maar als vormer der warenwaarde, als menschehjke arbeid zonder meer, als verbruik van menschehjken arbeid in het algemeen, is die arbeid alleen inhaerent aan de warenmaatschappij.

Franz Petry, in een mooie studie „Der soziale Gehalt der Marxschen Werththeorie", stelt de vraag of men onder abstract algemeenen arbeid slechts heeft te verstaan het verbruik van menschelijke arbeidskracht in zuiver physischen zin, eene voorstelling, die ook m.i. eenigen steun krijgt, wanneer men Marx' beschouwingen over de beteekenis van het arbeidsproces naleest, hetwelk hij „in de eerste plaats noemt een proces tusschen mensch en natuur, een proces, waarin de mensch zijn stofwisseling met de natuur door zijn eigen daad teweeg brengt, regelt en controleert". In het kader van deze denkbeelden zouden, dan de verschillende soorten van arbeid teruggebracht worden tot één gemeenschappehjken, natuurwetenschappehjken noemer: de geestelijke arbeid met name wordt herleid tot spierarbeid, of meer algemeen tot een materieel stofwissehngsproces, zoodat alle arbeid tot een „physikalisches Energiequantum" gereduceerd wordt." *}. Petry meent nu als bezwaar tegen deze opvatting te moeten aan-

') Zie blz. 22 en 23.

27

Sluiten