Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE HOOFDSTUK.

DE MONISTISCH MATERIALISTISCHE WERELDBESCHOUWING.

Het materialisme als grondprobleem.

Als fundament van Marx' geheele systeem citeer ik den zin, voorkomende in de voorrede tot de tweede uitgave van „Het Kapitaal", waarin hij den samenhang van het physische en het psychische aangeeft, en waarin zijn levensbeschouwing als het ware is neergelegd: „Bij mij is (omgekee_rdJ het ideëele niets anders flap hpt in het menschelijk brein omgezette en overgeplaatst^ matprieple".

Hoewel in deze formuleering het kennistheoretisch probleem geheel onopgelost verborgen ligt, vinden wij hier in een groote lijn kort en krachtig omschreven* de levensleer, die als monisme der materie uitgaat van de opvatting, dat er geen voor zichzelf bestaande werkelijkheid is dan stof, geen weetbare waarheid dan in den vorm van oo^zaak^s^scbjijving; alles wat wij als

kenis, aangezien, naar de woorden van Kuyper, „het historisch materialisme als zoodanig (d.i. naar de formuleering van van Blom) niet meer is dan een methode om de maatschappij in verleden, heden en toekomst te onderzoeken, ofschoon die methode wel elementen voor een wereldbeschouwing inhoudt". Ik voor mij 'zie in het historisch materialisme, opgevat naar de in den tekst aangegeven omschrijving, juist wel een „afgeronde wereldbeschouwing", omdat „daaraan tevens gekoppeld zijn de philosophische gezichtspunten van Marx, Engels en Dietzgen": naar mijn opvatting kunnen deze dus niet buiten beschouwing gelaten worden, wat volgens Kuyper in deze polemiek wel het geval is. Hierin ligt voor mij juist de verklaring van het feit, dat dit debat, wetenschappelijk opgezet en doorgevoerd, toch niet tot eenig practisch resultaat geleid heeft: in het kader van hum eigen systeem zijn de verschillende argumenten, logisch beredeneerd en goed geplaatst, maar overtuigend zijn zij voor den tegenstander niet, omdat zij over en weer afglijden langs zijn wijze van denken.

Van Blom heeft dit zelf reeds gevoeld in den aanvang van zijn betoog: op blz. 413 noemt hij het historisch materialisme een „geschied- of, wil men, wereldlbeschouwing"; het is dus voor hem niet slechts een methode van werken, maar een gedachtencomplex, dat culmineert in den klassenstrijd, „die gedragen en weboren wordt door en uit al wat overigens element van het marxisme is". •

31

Sluiten