Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

instrumenten vastgelegde menschelijke arbeidskracht, die materialistisch-economisch als waarde wordt voorgesteld, blijft bestendigd. Anders is het echter gesteld met den subjectieven 'factor van het arbeidsproces, de werkzame arbeidskracht: ook hier begint de arbeider een equivalent voor de waarde van zijn eigen arbeidskracht te produceeren, maar, in tegenstelling met de doode produktiemiddelen, is hier vervanging van de eene waarde tot stand gekomen door de schepping van nieuwe waarde. De inspanning van de arbeidskracht gaat alzoo niet alleen haar eigen waarde reproduceeren, maar bovendien een bijkomstige waarde produceeren: die meerwaarde ontstaat dus in het tweede deel van het arbeidsproces, gedurende hetwelk de arbeider langer dan den noodigen tijd voortploetert. Deze „uitgifte van arbeidskracht" schept den arbeider geen waarde, zij schept meerwaarde, die „den kapitalist toelacht met al de bekoring van een schepping uit niets"; ook deze constructie komt mij alleen verklaarbaar voor in een uitermate consequent doorgevoerde natuurwetenschappelijke wereldbeschouwing: de werkzame arbeidskracht, de levende arbeid, wordt vastgelegd in een nieuw gebruiksvoorwerp, en het levende natuurvoorwerp, den arbeider, vindt men terug in het doode, maar in waarde toegenomen! arbeidsprodukt. Zoo is het een natuurgave van de werkzame arbeidskracht waarde te bestendigen, terwijl zij waarde toevoegt, zoo wordt de kapitalist-als zoodanig enkel verpersoonlijkt kapitaal' wiens ziel is de kapitaalziel, zoo wordt de arbeider niets meer dan verpersoonlijkte arbeidskracht en arbeidstijd, en lossen alle persoonlijke verschillen tusschen de arbeiders zich op in dat van „volle tijders" en „halve tijders." ')

Het verschil tusschen levende en doode produktie-instrumenten culmineert voor Marx dus in de verhouding, waarin zij staan ten opzichte van het waarde-vraagstuk: de arbeidskracht verandert van waarde in het produktieproces, zij reproduceert haar eigen equivalent en een overschot daarenboven, de produktiemiddelen voegen nooit een grootere waarde toe dan zij zelve gemiddeld door slijting verliezen. — De arbeider wordt „verwerkt" in het produktieproces 2), en alleen de vorm, waarin de meerarbeid als bron

») Omgekeerd spreekt Marx ook van „het leven", „den .dood", „de lijken", enz.,, van machines, gereedschappen, werktuigen.

*) Vergelijk nierbij het 9e hootdstuk van het Eerste Boek van „Het Kapitaal", waar de volgende zinsnede voorkomt: „In plaats dat de produktiemiddelen door

46

Sluiten