Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van meerwaarde den direkten producent, den arbeider, wordt afgeperst, onderscheidt de ekonomische maatschappelijke orde, bijv. de maatschappij der slavernij van die van den loonarbeid; Marx beeldt deze -bestaande verhouding uit in de vergelijking, waarmee hij zijn beschouwing over de omzetting van geld in kapitaal besluit: „De voormalige geldbezitter gaat voorop als kapitalist, do arbeidskrachtbezitter volgt hem als zijn arbeider; de één beteekenisvol meesmuilend en gewichtig, de ander schuw, onwillig, als iemand, die zijn eigen huid ter markt draagt en nu niets anderste verwachten heeft dan te worden — gevild." *)

Het is zelfs alsof Marx, consequent en geniaal denker als hij is, bij intuïtie vóórvoeld heeft, dat de algemeen wijsgeerige interpretatie van den grondslag van zün systeem, het monistisch materialisme, niet in te nauw contact mooht worden gebracht met den stand van ontwikkeling der natuurwetenschap in een bepaald tijdsgewricht: de ouderwetsche naturalisten, dematerialisten, die de mechanische natuurwetenschap verabsoluteeren tot wereldbeschouwing, die de geestehjke functies als mechanismen opvatten, en voor wie ten slotte bewustzünstoestanden inderdaad niets anders dan atoombewegingen zün, beheerschit door natuurkundige wetten, moeten het veld ruimen voor denkbeelden als die van den mechanicus Hertz, die „reeds de mogehjkheid erkende van bewegingen niet volgens mechanische wetten, en die het zelfs waarschünhjk achtte, dat de natuurprocessen in de levende wezens niet volgens die wetten plaats grijpen." Een dergelijk verschil van inzicht verandert echter niets aan de universaliteit van

den arbeider als stoffelijke bestanddeelen zijner voortbrengende werkzaamheid verbruikt iwarden, verbruiken zij hem (den arbeider) in de gistingvan hun eigen levensproces, en het levensproces van het kapitaal bestaat slechts in zijne beweging als zichzelf vermeerderende waarde."

*) Het moge uit dit alles reeds duidelijk geworden zijn, dat, wanneer de „burgerlijke" staathuishoudkunde het begrip waarde gebruikt, dit fumdaimenteel verschilt van het waardebegrip van Marx, of scherper gezegd: die begrippen hebben eigenlijk niets met elkaar gemeen, het zijn in alle opzichten verschillende grootheden, en dus voor vergelijking of tegenstelling niet vatbaar.

Voor de .burgerlijke staathuishoudkunde is de ruilwaarde de economische uitdrukking van de beteekenis, die een voorwerp, een ding, heeft voor de maatschappij, volgens Marx is de ruilwaarde de openbaring van het feit, „dasz sich ein gesellschaftliches Verhaltnis in der Form eines Dinges darstellt".

47

Sluiten