Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HÉT MARXISTISCHE WAARDEBEGRIP: HET UITGANGSPUNT. jj

Onder het licht van deze beschouwingen kom ik hier met een enkel woord terug op de constructie van het marxistische waardebegrip: wanneer menschelijke arbeid is „verbruik van enkelvoudige arbeidskracht, die geiaaiddeld ieder gewoon mensch, zonder bijzondere ontwikkeling, in zijn lichamelijk _ organisme bezit", wanneer „alle arbeid slechts inzooverre zij verbruik van menschelijke arbeidskracht in physiologischen zin is, alleen in deze hoedanigheid van gelijken menschelijken of abstract menschelijken arbeid de warenwaarde vormt", krijgt omgekeerd de voorstelling, dat „een gebruikslichaam of goed slechts waarde heeft, omdat abstract menschelijke arbeid in dit lichaam of goed is belichaamd of gematerialiseerd", een bijzondere beteekenis. Deze beteekenis wordt grooter,. als men in dit verband let op de omschrijving, die Marx geeft van het verbruik van menschelijke arbeidskracht, n.1. als het verbruik van menschelijke hersenen, spieren, zenuwen, zintuigen, ledematen, enz.: ter verklaring van het waardebegrip in zijn meest algemeene strekking stuurt Marx aan op de voorstelling, dat de arbeider, beschouwd als enkel verpersoonlijking van arbeidskracht, is een natuurvoorwerp, een d_ing, hoewel een levend, zelfbewust ding, en de arbeid zelf is de zakelijke uiting van die kracht;

dat de levensduur van die arbeidskracht, gelijk van een arbeidsmiddel, omvat een kleiner of grooter getal steeds opnieuw herhaalde arbeidsprocessen;

dat gedurende,het arbeidsproces de arbeid voortdurend uit den vorm van beweging overgaat in dien van rust, in dien van belichaming;

*) Zie blz. 45,. '

65

Sluiten