Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het begeleidk^versei^nsel onderscheiden. Het wijsgeerig uitgangspunt van zijn leer der sociale verhoudingen heeft Marx intuajchen echter ook weer nergens uitvoerig besproken, en allerminst heeft hij een systematische uiteenzetting en kritische toehchting van zijn materialistische maatschappijleer gegeven: alleen hier en daar, incidenteel, te midden van anderen arbeid, en wanneer het ter versterking en verduidelijking van zün betoog te pas komt, doet hij een beroep op dit in zeer algemeene termen omschreven hoofdbeginsel van zijn gedachtengang. Het uitvoerigst staat hij bij dit punt stil: in de voorrede bij zijn voorloopigen arbeid, maar ook hier laat bij zich niet in met theoretische bespiegehngen over de wijsgeerige waarde en strekking van zijn levensleer, doch aanvaardt haar eenvoudig weg als resultaat van zijn oaderzciekmgen: „Meine Untersuchung mündete in dem Ergebnis, dasz Recbtsverhaltnisse wie Staatsformen weder aus sich selbst zu begreifen sind, noch aus der sogeaannten allgemeinen Entwicklung des menschlichen Geistes, sondern vielmehr in den materielle©, Lebensverhaltnissen wurzlen, deren Gesammtheit Hegel, nach dem Vorgang der Englander und Franzosen des 18 Jahrhunderts, unter dem Namen ,,bürgerl|icbj& Gesellschaft" zusammenfaszt, dasz aber die Anatomie der bürgerlichen Gesellschaft in der politischen Ökonomie zu suchen sei." Deze gedachte formuleert hij nu nader in het vervolg van zijn betoog, waar bij vooropzet, dat „de produktiewijze van het stoffelijk leven het sociale, staatkundige en geestelijke levensproces onvoorwaardelijk beheerscht." Zooals dus in het psychologisch materialisme de stof, de kracht, misschien „het leven", de eenige alomvattende realiteit is, waartegenover het ideëel© zich verhoudt als een nevenverschijnsel, een epiphenomeen, een surajouté, zoo is in het historisch materialisme, dat een inzicht tracht te geven in het eigenlijke wezen, in de diepste beteekenis en strekking van het geheele maatschappelijk leven, de ontwikkeling der stoffelijke produktie de eenige ware werkelijkheid, en het geestelijk leven, in welken vorm het zich ook moge openbaren, niets anders dan een ideologische voorstelling, een wezenloos aanhangsel, dat niet inderdaad is, maar zijn eigenlijke fundeering vindt in den stand der ekonomische produktieverhoudingen. De geheele maatschappijleer wordt door Marx consequent herleid tot dit universeel uitgangspunt, en daarom verdient „de geschiedenis der produktieorganen va» den maatschappelüken mensch, den stof f elijken grondslag van iederen afzonderlijken maatschappelijken organisatie-

82

Sluiten