Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schilt dan ook zoo absoluut van dat der menschen uit een maatschappij van warenproducenten, dat daartusschen niet meer de minste gelijkenis bestaat: door de splitsing van het arbeidsprodukt in nuttig voorwerp en in waardeding, wat het fundamenteel kenmerk is van het maatschappelijk levensproces,1) krijgt de arbeid van den producent feitelijk een dubbel maatschappelijk karakter, en zijn direct maatschappelijke vorm is nu niet de natuurlijke vorm van dien arbeid, zijn bijzonderheid, n.1. in zooverre bij gebruiksnuttigheid voortbrengt, maar zijn algemeenheid, n.1. in zooverre hij gereduceerd kan worden op het gemeenschappelijk karakter, dat hij als gebruik van abstrakt menschelijken arbeid bezit. De arbeid van den mensch is dan ook niet meer wat hij vroeger was, uitsluitend persoonlijk, hij heeft met de physische gesteldheid en de daaruit voortvloeiende stoffelijke eigenschappen der arbeidsprodukten niet meer alleen te maken: die arbeid is, in de betrekkingen waarin de ruil de arbeidsprodukten en door middel van den ruil de producenten plaatst, alleen en uitsluitend geworden gemeenschappelijke, d.i. onmiddellijk vermaatschappehjkte arbeid, die de warenwereld voortbrengt met alle mystiek, alle tooverij en spokerij, die de arbeidsprodukten op den grondslag van de warenproduktie omhullen. Een beroep op de verhouding van Robmson en zijn tijdgenooten of, met de omschrijving van Marx, een beroep op de liefelijke staathuishoudkunde, waarin van oudsher de idylle heerschte, ter verklaring van bestaande ekonomische verhoudingen, ziet dus juist over het hoofd, wat het meest typeerende kenmerk van deze laatste is, nl. de ekonomische celvorm van de burgerlijke maatschappij, de waardevorm van het arbeidsprodukt of de waardevorm van de waar, waarin elke betrekking tusschen werknemer en werkgever, tusschen kooper en verkooper, huurder en verhuurder, haar stoffelijke openbaring vindt. Marx spreekt dan ook van „de zuiver atomische verhouding van de menschen in hun maatschappelijk produktieproces, en de daardoor van hunne controle en hun bewust persoonlijk handelen onaihankelijke, zakelijke gedaanten van hun eigen produktieverhoudingen, die ten eerste daarin verschijnen, dat hunne arbeidsprodukten algemeen den warenvorm aannemen." In het hoofdstuk over de circulatiemiddelen spreekt Marx zelfs van „een geheele sfeer van maatschappelijke

*) Volgens Marx 1b „de kapitalistische productie in haar wezen productie van meerwaarde". (Het Kapitaal, I, De strijd om den normalen ai beidsdag).

89

Sluiten