Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wikkeling der materie is de maatschappelijke samenhang, in elke bepaalde ontwikkelingsphase, identiek aan den causalen natuursamenhang, een soort noodlot, een «v«y*j), dat hemel en aarde in zijn ijzeren wetten omkneld houdt; die «v*y*$ is voor de hedendaagsche maatschappij de waar, belichaamd in het raadsel van den geldafgod, het zichtbaar, oogverblindend raadsel van den warengod.

Het metaphysisch materialisme is een universeele, organische dan wel anorganische, atomendans, een atoomgedwarrel, het historisch materialisme een warendehrium, een waren obsessie : beide beoogen de werkelijkheid, zoowel naar het o^iantitatieve als naar het quaJotatieve, met mathematische zekerheid en nauwkeurigheid te beheerschen, of scherper gezegd, door aan de realiteit der stof en der produktie van de stoffelijke levensbenoodigdheden absolute geldigheid toe te kennen, kunnen zij als materiaal van hun onderzoek slechts de quantitatieve zijde der werkelijkheid toelaten, waarop zij de qualitatieve zijde reduceeren, zoodat er geen ware kennis zou bestaan dan die van oorzaak' en gevolg, en het eenige kendoel, dat met zin nagejaagd kan worden, zou zijn de kennis der natuurwetten, waardoor ook de bewustznnsverscbhnselen beheerscht worden.*) Een maatschappijleer op deze basis gegrondvest, is, gelijk de natuurwetenschap, welke zij verabsoluteert tot wereldbeschouwing, deterministisch: zij kan niet anders zijn, omdat voor haar de geheele werkelijkheid opgaat in objecten, die tot andere objecten in causale, qualiiteitlooze betrekking staan.

Op dit prmcipieele punt vestig ik met name de aandacht: er zal later ruimschoots gelegenheid bestaan er uitvoerig op terug te komen. 2)

») De waarde van een waar wordt dan ook door de gedurende hare productie aangewende arbeidshoe v eelh e i d bepaald, met voorbijgang van alles, wat den arbeid als bijzonderen, persoonlijken arbeid kenmerkt.

*) Verklaarbaar wordt het in het kader van deze algemeene opmerking, waarom Engels spreekt van „das ei n zelne 1 ump ige Indd viduum", hetwelk voor hem geen .beteekenis heeft, terwijl de maatschappij daarentegen in haar geschiedkundige ontwikkeling het eenige werkelijke is: zie zijn >,Der Ursprung der Familie, des Privateigentums und des Staates" (blz. 186).

Uiterst consequent werd in ons land dit natuurwetenschappelijk standpunt ingenomen door Hamaker in zijn studie: „Het Recht en de Maatschappij":

„De (mensch heeft zijn plaats in de door de causaliteit geregeerde natuur." Verspreide geschriften. Algemeene rechtsgeleerdheid, blz. 124 v.v.

92

Sluiten