Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoodat er alleen uiterlijk en schijnbaar een wederkeerige handeling is verricht;*) het allicht voornaamste leerstuk van het privaatrecht is dus in de historisch materialistische dialektiek niets meer dan een terugslag op de economische verhoudingen, en de eigenlijke inhoud van het contract, hetzij wettelijk ontwikkeld of niet, is de geeuwhonger van den kapitalist naar meerarbeid, die zich openbaart in een drang naar overmatige verlenging van den arbeidsdag. In het licht van deze beschouwingen krijgt de omschrijving, die von Savigny geeft van de overeenkomst, een eigenaardigen smaak:

„Vertrag ist die Vereinigung mehrerer zu einer übereinstimmenden Willenserklarung, wodurch ihre Reehtsverhaltnisse bestimmt werden": 2) in „Het Kapitaal" is althans de arbeidsovereenkomst de uitsluitende wilsverklaring van den kapitalist, beperkt alleen in zooverre als de bijzondere natuur der verkochte waar een grens stelt aan haar verbruik door den kooper.

Trouwens, niet alleen in de arbeidsovereenkomst, zij het hier in zün scherpsten vorm, maar ba alle leerstukken van het privaatrecht, hetzü ontleend aan het personen-, hetzü aan het vermogensrecht, is er zóó weinig sprake van eenige rechtsidealiteit, dat de

Zie Land, Verklaring ivan het Burgerlijk Wetboek, 3e deel, le stuk, blz. 177: een marxistisch jurist kan inderdaad arguimenteeren, dat hier „een zoo krachtige drang heeft gewerkt", dat in rechte van het aangaan eener overeenkomst niet kan worden gesproken.

Vgl. ook Marx, waar hij, in zijn „Elend der Philosophie" een systematische analyse van en een kritiek op de staathuishoudkunde gevende, deze omschrijft, gelijk het ook in een lateren brief heet, als „das ganae jener E i gen tuin sverhaitnisse nicht in ihrem juristischen Ausdruck als Willensverhaltniisse, sondern in ihrer realen Gestalt, d. h. als Produktionsverhaltnisse".

*) System 111, biz. 309, geciteerd door Asser, t.a.p. blz. 189. Marx omschrijft den schoenen waan omtrent de vrijheid van arbeid in de koloniën als volgt:

„Zoo wordt ten opzichte van den arbeid de werking der wet van vraag en aanbod binnen de voor het kapitaal gunstige perken gehouden, en eindelijk de zoo onmisbare maatschappelijke onderworpenheid van den arbeider aan het kapitaal verzekerd, een afhankelij.khedidsbetrekking, welke de economist thuis, in het moederland, breedsprakig omliegen kan in een vrije overeenkomst van koopers en verkoopers, zelfstandige warenbezitters." (Het Kapitaal, ï, 25e Hoofdstuk, De moderne kolonisatieleer.)

98

Sluiten