Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leven, als de albeheerschende drijfkracht, de richting aangeeft, waarin zich ook het geestelijk leven ontwikkelt.1)

Klinkt dit alles nu, om met Bernstein te spreken, eenigszins anders dan het voorwoord bij Marx' „Zur Kritik"?

Men onderscheide dus nauwkeurig en scherp de wederkeerige werking tusschen ideëele en materieele factoren, zooals deze geconstrueerd wordt binnen de marxistische levensbeschouwing eenerzijds, en het dualisme van geest en stof anderzijds; bij beide bestaat er een wederkeerige betrekking, een „Wechselwirkung aller dieser Momente", zooals Engels het omschrijft, maar de aard en de beteekenis van deze relatie is bier geheel anders dan daar. Kortweg kunnen wij het verschil zoo scherp mogelijk aangeven door te constateeren, dat, naar historisch materialistische opvattin g, er een wederkeerig spel bestaat van ongelijkwaardige krachten, waarin ten slotte, als het spant, altijd het economisch moment,

*) In (volkomen overeenstemming hiermede Joseph Dietzgen, Socialdemokratische Philosophie:

„Wir erkennen in Wissenschaft und Bildung überaus wertivoUe Mittel, aber nur Mittel, wahrend die Ergiebigkeit der leiblichen Arbeit der höhere Zweck ist. Es ist das Bedürfnis, die Arbeit ergiebiger zu machen, was zur Wissenschaft und Bildung treibt. In zweiter Linie wirkt dann die Bildung allerdings sehr erheblich zurück auf die produktive Verwendung der Arbeit." (Samtliche Schriften, I, blz. 163).

Zelfs in den eeonomischen celvonn, den warenvorm van het arbeidsproduct of den waardevorm van de waar, heeft Marx, waar het de waardebepaling van de arbeidskracht betreft, met de ideëele factoren rekening gehouden; in de onderafdeeling „Koop en verkoop van de arbeidskracht" lezen wij:

„Wanneer de eigenaar van de arbeidskracht heden heeft gewerkt, moet hij hetzelfde proces morgen onder dezelfde condities van kracht en gezondheid kunnen herhalen. De hoeveelheid levensmiddelen moet «lus voldoende zijn om het arbeidende individu in zijn gewonen toestand te onderhouden. De natuurlijke behoeften zelf, als voedsel, kleeding, verwarming, woning, enz., zijn verschillend naar gelang van het klimaat en andere natuurlijke omstandigheden pan een land. Bovendien is de omvang van zg. noodzakelijke behoeften, evenals de wijze van hare bevrediging, een geschiedkundig product, en hangt grootendeels af van den beschavingstoestand, o.a. ook vooral van de voorwaarden, waaronder, derhalve de gewoonten en levenseischen waarmee de klasse der vrije arbeiders is ontstaan. In tegenstelling tot de andere waren, bevat dus de waardebepaling van de arbeidskracht een historisch en zedelijk bestanddeel. Voor een bepaald land in een bepaalden tijd is evenwel de gemiddelde omvang der noodzakelijke levensmiddelen gegeven."

169

Sluiten