Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Merkantilisten durch die Phyisocraten und A. Smith als ein bloszer Sieg des Gedankens, nicht als der Gedankenreflex veranderter ökonomischer Thatsachen sondern als die endiich errungene richtige Einsicht in stets überaU bestehende thatsachliche Bedingungen; hatten Richard Löwenherz und Phüipp August den Freihandel eingeführt, statt sich in Kreuzzuge zu verwickeln, so blieben uns fünfhundert Jahre Elend und Dummheit erspart. —

„Damit hangt auch die blödsinnige Vortetehung der Ideologen zusammen: weil wir den verschiedenen ideologischen Spharen die in der Geschichte eine Rolle spielen, eine selbstanjiige histo^ nsche Entwicklung ahsprechen, so sprechen wir innen auch jede historische Wirksamkeit ab. Es liegt hier die ordinare undialektische Vorstellung von Ursache und Wirkung als sterr einander entgegengesetzter Pole zu Grande, das absolute Ubersehen der Wechselwirkung; dasz ein historisches Moment so bald es emmal durch andere, schheszhch ökonomische Thatsachen m die Welt gesetzt ist, nun auch reagiert, auf seine Umgebung und selbst seine eigenen Ursachen zurückwirken kann vergessen die Herren oft fast absichtlich." *)

Duidelijker dan elders komt hier dan toch aan het licht de absolute strekking van de materialistische wereldbeschouwing en de geringe waardeering van 's menschen geestelijk leven: er moge dan een zekere beteekenis aan toegekend kunnen worden op de keper beschouwd is het toch niets meer dan een onschuldige ideologie, een fictie, zij het een onbewuste fictie; te goeder trouw moge men aan ideëele functies waarde en beteekenis toekennen, als het inderdaad spant, valt dat geheele gedachtensysteem die geheele gekunstelde combinatie van willekeurige gedachtenvoortbrengsels, — aldus Marx -, op welk gebied men het ook neme als een kaartenhuis meen. 2)

1] Zie Woltman> lMz- 245: deze brief is door bem ontleend aan F. Mehring Geschichte der deutsohen Sozialdemokratie, II, blz. 556, Stuttgart 1898.

Ook Cunow, in zijn „Die Marxsche Gesehichts-, Gesellschafts- und Staatstheorie", He deel, 'bespreekt in .het. achtste hoofdstuk, „Die Marxsche Gesehichtstheorie und ihre Unideuter", aan de hand van verschillende brieven van Engels, de „Weehselwi-rkungen der Ideologien". (blz. 249—268).

2) Weini2 had En©els kranen vermoeden, dat Vaihinger's Philosophie des Als-Ob bewust aanvaardt, wat voor de aanhangers der levensleer van Engels althans nog eene „onbewuste onwaarheid" zijn zou, of liever, een voorstelling van de werkelijkheid, die met een onjuist inzicht in haar eigenlijke wezen maar volkomen te goeder trouw, is voltrokken. De voorspelling van Engels'

174

Sluiten