Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat tevens subject van het denken i s. Wij denken in (de) werkelijkheid, zooals de werkelijkheid denkt in ons, zoodat de wijze in zijn gedachten de werkzaamheid der werkelijkheid ontdekt. Wij weten met rechtstreeksche zekerheid, dat werkelijke waarheid en ware werkelijkheid in ons werkzaam is als begrijpend denken en denkend begrijpen of begrip. Het absoluut idealisme is het idealisme van de idee, die in eigen keerzijde, in de realiteit zichzelf terugvindt. Hieruit volgt de identiteit van denkwetten en natuurwetten: „die Einheit des Denkens und Seins ist die Grundidee der Philosophie überhaupt". Het denken beeldt de werkelijkheid niet af, noch vertegenwoordigt haar op eenige wijze; de relatie tusschen denken en zijn is geen andere dan die van identiteit: „denken" en „zijn" zijn ongescheiden onderscheiden.x)

Deze indentiteit van denken en zijn wordt nu door Hegel zoo uitgebreid, dat de logische of, zooals hij het noemt, de dialectische ontwikkeling der denkvormen, tevens de ontwikkeling van het wereldgebeuren is: indien het waar is, dat ik in (de) werkelijkheid denk, zooals de werkelijkheid denkt in mij, dan moet de beweging van het „denken" samenvallen met die van het „zijn", denkleer en zijnsleer, logica en metaphysica' of ontologie elkaar dekken. Als nu de beweging van het denken ident is met die van het zijn, kan er geen aan het denken vreemde, irrationeele, gegeven inhoud meer bestaan: de absolute philosophie van Hegel laat de kategorieën alles uit zichzelf ontwikkelen en het denkproces doet zij 'samenvallen met het wereldproces. Het spreekt vanzelf, dat in een dergelijken wijsgeerigen gedachtengang voor „Dinge an sich" geen plaats is: door zijn dialectische metbode, die volkomen identiekjs aan het werkelijk gebeuren, doet Hegel het wereldproces uit het gebied der eeuwige, logische begrippen tot een ontwikkelmgsproces worden, en leidt het weer terug tot zichzelf, d.i. doet het weder terugkeeren in dat rijk der gedachten, zoodat 4e volle absolute werkelijkheid in zijn idealisme begrepen is; de kategorieën spelen bij hem dus een geheel andere rol dan bij Kant, en met name is Kant's onderscheiding van vorm en inhoud in 'het denken bij Hegel principieel buitengesloten. Wanneer Hegel dan ook spot met alle inleidende overwegingen omtrent aard en grenzen van het kenvermogen, als een herhaling van de oude „Geschichte, die vom Scholasticus erzahlt wird, der nicht eher'ins Wasser gehen wollte, als bis er schwimmen könne", heeft hij alle

*) Aldus de Sopper, t.a.p. blz. 24—29.

202

Sluiten