Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

socialistische theorie, eenige wijsgeerige dwalingen laten voor wat zij zijn, en deze vervangen door een gezondere, meer omvattende en zuiverder wetenschappelijke wijsbegeerte dan die van Hegel": hij wil de grondslagen van het marxisme geheel vernieuwen door in plaats van Hegel's wijsbegeerte het kritisch idealisme van Kant als grondslag van het marxisme te beschouwen, bang als hü is voor een philosophische „mélange éclectique." x)

Ten slotte kunnen wij constateeren, dat ook bi Rusland een streven zich doet gelden, het socialisme, met name in zijn marxistische openbaring, te oriënteeren aan Kant's wijsbegeerte: TuganBaranowsky, destijds hoogleeraar te Petersburg, met zijn „Theoretische Grundlage des Marxismus" (1905) en „Der moderne Sozialismus in seiner geschichtlichen Entwicklung" (1908), is onder de Kantiaansche socialisten daar te lande wel de meest bekende.

In algemeenen zin legt hij den nadruk, gelijk alle andere NieuwKantianen, op het geestelijke element in den mensch, met name op zijn doelbewusten wil: in de slotzinsnede van het eerste boek schrijft hij bijv. dat „de menschheid het socialisme nooit zal kunnen verkrijgen als een geschenk van blinde, elementair economische krachten, maar dat zij doelbewust moet arbeiden en strijden, om zich die nieuwe ordening der maatschappij te verwerven". In verband hiermede meent hij dan ook, dat het nieuwe socialisme „niet alleen" gefundeerd moet zijn op het klassebelang van den arbeider, „maar ook op „het moreele bewustzijn van onzen tijd"," ter rechtvaardiging waarvan hij dan een beroep doet op het Kantiaansche beginsel van den mensch als doel in zich zelve. 2)

Emdehjk is het merkwaardig er de aandacht op te vestigen, hoe met name deze Russische socialist het streven om het amoreele

1) Vorlander, t.a.p., blz. 190 vjv., Mankes-Zemike, tjajp., foiz. 127.

2) Ik verwijs ivoor de kritiek op dezen doelbewusten arbeid, dien Marx ook kent, maar alleen binnen bet kader der algemeen zich ontwikkelende productieverhoudingen, naar wat hierboven op blz. 133 v^v. .is medegedeeld.

Wanneer dan ook Baranowsky er herhaaldelijk op wijst, dat zonder den wil der menschen geen verandering in de maatschappij tot stand komt, is dit volkomen juist, en zeer zeker, in zijn algemeenheid, volstrekt niet in strijd met Marx; toch moet men hier scherp onderscheiden, want Baranowsky meent, dat de (menschelijke wil verandering kan brengen in de fundamenten der maatschappelijke ordening zelve, wat volgens Marx onvoorwaardelijk is uitgesloten.

241

Sluiten