Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wetenschap, de organische dan wel de anorganische, beheerscht zijn, en alles, met name het geestelijk leven, is daarin geworden tot een atoombeweging, welke verstoffelijkt, neergeslagen als het ware in het arbeidsproduct, aan den anderen kant van het arbeidsproces in het arbeidsproduct te voorschijn treedt. Marx' waardeen arbeidstheorieën beweren de volle, alomvattende werkelijkheid te bestrijken, en op grond hiervan zou het inzicht bi zijn arbeidswaardeprmcipe de ware realiteit zijn: inderdaad is dit niets dan een doode, onwezenlijke abstractie, die, wel verre van alles te kunnen verklaren, buiten staat is het kleinste stukje concrete werkelijkheid geheel te verklaren al was het alleen reeds omdat dit slechts het quantitatieve beheerscht, en de concrete werkelijkheid niet opgaat in objecten, die tot andere objecten in causale betrekking staan.

Hier ligt dan ook, met de krisis der verabsoluteering der natuurwetenschap tot wereldljeschouwing, tevens die van het socialisme in zijn Marxistische openbaring; bij de constructie van den eeonomischen celvorm der burgerlijke maatschappij is de schrijver van „Het Kapitaal" uitgegaan van de opvatting, dat de mensch een bijzondere verschijningsvorm is der materie, zijn bewustzijnstoestanden alzoo atoombewegingen zijn, die natuurwetenschappelijk zijn te behandelen. Voor den tegenwoordigen tijd, die het naïef begrippenrealisme van deze natuurwetenschappelijke wereldbeschouwing te boven gekomen is, valt biermede het fundament zelf van Marx' waardeleer weg: weliswaar vormt de bijzondere doordenking der materialistische werkelijkheid in haar Hegeliaansche richting een tweede elementair bestanddeel van Marx' betoogtrant, dat door deze opmerking niet getroffen wordt, maar men zie niet over het hoofd, dat door deze kritiek de kern van het Marxistische systeem in wezen en strekking is aangetast. Ook na de herleiding van „komplizaerte Arbeit" op „Durchschnittsarbeit", en van deze weer op het „zijn van arbeidsproduct", blijft er in Marx' leer een onverklaarde rest, het geestelijk leven, dat als bewustzijnstoestand geen atoombeweging is, en als, in zijn wezen onstoffelijk en onruimtelijk, voor altijd onherleidbaar is tot wat in zijn wezen uitsluitend stoffelijk en ruimtelijk is, en dus volstrekt ontsnapt aan Marx' werkelijkheidsbeschouwingen, individueel en sociaal. „De ongeletterde moge meenen, dat deze analyse alleen uit spitsvondigheden bestaat," ik wil hierop antwoorden, wat Marx zelf antwoordde op een dergelijke opmerking tegen zijn systeem: „het is hierbij inderdaad alleen om spitsvondigheden te

313

Sluiten