Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dering gemaakt worden, en deze uitzondering betreft weer niet meer of minder dan het bestaansrecht zijner wetenschap zelf: zullen de denkbeelden, die bij verkondigt, overtuigende beteekenis hebben, dan moet ook hij uitgaan van het onbetwijfelbare en onbetwijfelde gegeven, dat „gelden" een constitutieve kategorie der werkelijkheid is; er moet dus in laatste instantie een waarheid zijn, iets wat op een norm van juist en onbetwijfelbaar kan worden getaxeerd, en waaraan zijn wetenschap deel moet hebben, zal die wetenschap inderdaad wetenschap zijn. Hij veronderstelt aldus dé objectieve geldigheid van enkele zeer speciale kategorieën, waar hij ten slotte de geldigheid van alle kategorieën betwist: ook hij gaat van de overtuiging uit, dat in de werkelijkheid, waaraan hij voortdurend appelleert, een element van rechtvaardiging zit.

Heel duidelijk komt dit uit in het volgende gedeelte van zijn betoog: „Wir sehen namentlich in der Gegenwart, dasz starke sittliche' Regungen, neue Tugenden in der Arbeiterklasse aufwachsen, die eine gewaltige, aber notwendige Kraft zur Umgestaltung der Gesellschaft bilden, denn ohne sie könnte jene bedeutende Weltumwalzung, der TJebergang zum Sozialismus, nicht zustande kommen. Fragen wir jetzt, woher diese Kraft kommt, dann können wir antworten: sie stammt nicht vom Himmel; a *4 wachst aus den irdischen, tatsachlichen Verhaltnissen au f." *) De ervaring der werkelijkheid, die zich hier openbaart als hét geheel der aardsche feitelijke omstandigheden, is dus het wezenskenmerk van Pannekoek's wetenschap, waaraan bij in laatste instantie de juistheid, de waarheid, de werkelijkheid zijner beweringen toetst: over de vraag echter waarom en in hoeverre dit uitgangspunt geldt, d.w.z. waarheidswaarde bezit, laat hij zich zelfs niet uit. Inderdaad is het niet te veel beweerd, wanneer geconstateerd wordt, dat dit beroep in laatste instantie, bij volkomen gebrek aan toelichting van het wezen dier werkelijkheid, volstrekt zinledig is: 2) het materialisme, gegrepen in zijn karakter van verabsoluteering der natuurwetenschap tot

») T.ap. blz. 24.

») Volkomen dezelfde opmerking kan ook gemaakt worden tegen Kuyper, waar bij schrijft, dat „ons sociaaldemocratisch program en onze geheele actie zoo dwingend zijn voor ieder, die niet als kapitalist bevooroordeeld is, zoo geweldig vast wortelen in de werkelijkheid, dat de meest uiteenloopende wereldbeschouwingen, zoo ze maar voeling met de practijk houden, er mee vereenigbaar zijn." (Marxistische beschouwingen, I, blz. 104).

317

Sluiten