Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en kapitaal zijn dan ook krachtens hun aard eikaars tegenstelling als levende en doode, in den vorm van machines belichaamde arbeid, zij zijn als het ware twee, in tegengestelde richting op elkaar in werkende sociale natuurkrachten, welke krachten haar eenig mogelijke uitdrukking vinden in den mensch als verpersoonlijkte arbeidskracht, dan wel als verpersoonlijkt kapitaal.x)

De leer van den klassenstrijd ligt dan ook opgesloten in de waarde-idee, zij is daarvan een logisch en noodzakelijk uitvloeisel, of, nog scherper gezegd, zü is niets anders dan die waarde-idee zelve, maar nu bezien in een grooter en ruimer verband: inderdaad is de waarde-idee de „ungeheure Arbeit der Weltgeschichte," zü is de Marxistische maatschappijleer zelve, absoluut naar wezen en strekking, zü beheerscht de opvatting van en het inzicht, dat men heeft in de eigenbjke beteekenis van het geheele sociale leven volstrekt en onvoorwaardehjk, rij is dat sociale kapitalistische leven zelf. Kritiek op de waarde-idee is dus tevens 'kritiek op het leerstuk van den klassenstrijd, omdat waarde-idee en klassenstrijd twee uitdrukkingen rijn voor eenzelfde beginsel, alleen verschillend geformuleerd, omdat daarin minder of meer ruim doordachte sociale verhoudingen hare uitdrukking en tevens hare verklaring vinden. De waarde-idee verwerpen en den klassenstrijd behouden is alzoo een zichzelf vernietigende onderneming. 2)

In dit verband wil ik nog een enkel woord wy'den aan het standpunt, dat bü ons Troelstra in de practische politiek inneemt: ook hy gevoelt heel goed. trouwens in volkomen overeenstemming met

*) De omschrijving van Marx, dat „het kapitaal ter wereld komt van hoofd tot voeten uit alle poriën druipend van bloed en vuil," (Het Kapitaal, I, Opkomst van den industrieelen kapitalist), is dan ook moeilijk te rijmen met de vreedzame uiteenzetting der burgerlijke staathuishoudkunde, volgens welke het kapitaal ontstaat door besparing op het ïiiiver inkomen, en door aanwending van dit bespaarde tot nieuwe voortbrenging.

*) Maurice William in The Social Interpretation of History (London, George Allen and TJnwin Ltd., 1922) beschrijft in een hoofdstuk „Socialist principles" — maar zeer oppervlakkig — den theoretischen grondslag van het socialisme. Op blz. 6 constateert hij m.i. volkomen terecht, dat „the economie interests of capital and labor are diametrically opposed": dit is echter niet het gevolg van het feit, dat „the class struggle theory as the propeiling force in Social Evolution formed the basis for most of Marx' prophecies" (bl. 69), maar het een zoowel als het ander is een noodzakelijk uitvloeisel van Marx' waardetheorie, waarin de zelfbeweging der sociale materie de stuwkracht voor de maatschappelijke ontwikkeling is.

320

Sluiten