Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sehen zin doordacht, zijn rol vervuld: de abstractie, door de natuurwetenschap gemaakt met het oog op het bereiken van baar kendoel, heeft Marx vereenzelvigd met de volle maatschappebjke werkelijkheid, en zoo kwam bij er toe die volle maatschappebjke werkelijkheid als alleen zuiver quantitatief te beschouwen. Hij ziet daarbij over het hoofd, dat de natuurwetenschap, wel verre van alles te kunnen verklaren, buiten staat is het kleinste stukje concrete werkelijkheid geheel te verklaren, al was het alleen reeds, omdat zij slechts het quantitatieve beheerscht, en de concrete werkelijkheid met haar ideëele momenten nooit zuiver quantitatief is: door deze kritiek valt de materialistische constructie van het waardebegrip, en daarmee Marx' geheele begrippensysteem.

In zijn bijzonderen openbaringsvorm, nl. de in Hegeliaanschen zin doordachte dialectische methode, heeft het Marxisme, met dien vorm, tevens den inhoud der wijsbegeerte van het absolute idealisme, zij het ondersteboven gekeerd, overgenomen:*) voor hen echter, die het „geloof" hebben verloren, maar aan de bevrediging, welke de „wijsheid" in den vorm van het begrip in ruil biedt, nog niet toegekomen zijn, en die met name in een volstrekt materieel, met volstrekte noodzakelijkheid zich ontwikkelend proces voor de per-

in zoover is deze uitspraak waar, als Kant's wijsbegeerte niet die is van de „onbezonnen" daad, maar veeleer is zelfkennis en zelfkritiek van het menschelijk oordeelen; juist daarom eischt Kant's philosophie van ons — en dit is het kernprobleem van zijn wijsbegeerte — zelfbezinning daarop, wat wij onder waarheid verstaan en vaststelling van alles, wat als onbetwijfelbaar moet gelden, opdat een beroep daarop een rechtvaardiging van ons handelen inhoudt en beteekent.

Marx daarentegen, gelijk Hegel, constateert, hij verzekert en voert geen gronden aan voor wat voor hem geldt als de ware werkelijkheid; de vraag hoe wij ons het wereldmateriaal moeten denken, zal het als materiaal kunnen dienen voor de kiezende, verbindende, samenvattende werkzaamheid, van den geest, wordt zelfs niet gesteld: toch kennen beiden aan hun systeem als zoodanig waarheidswaarde toe, en beroepen zich dus in laatste instantie op een rechtvaardiging voor hunne beweringen.

Voor hem die waarheid wil en niet van een vooropgezet, d.w.z. onberedeneerd en dus niet gerechtvaardigd standpunt uitgaat, is wijsbegeerte in zooverre dus een „Philosophie des Kompromisses," dat zij allereerst is een wijsbegeerte der zelfbezinning op wat juist en waar is: de Philosophie der Tatmenschen, in den zin, waarin Plechanow dit opvat, is een wijsbegeerte van de intuïtieve, maar onbezonnen daad.

') Masaryk, t.a.p., blz. 43:

„Marx und Engels schatzen bei Hegel über Alles die dialectische Methode.""

324

Sluiten