Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vergankelijken, gemakkelijk te bewerken paras-steen, heeft het zyne er toe bijgedragen om de geoefendheid te onderhouden van de begaafde Balineesche hand. Uit den aard der zaak heeft het Indonesische element zich in dezen nabloei der Oost-Javaansche kunst versterkt.

DE BRONSKUN8T*

Aangezien de gemakkelijk verplaatsbare bronzen het overgroote deel vormen van de tentoongestelde stukken, moge hier een korte toelichting volgen omtrent deze uiting der klein-kunst.

Sedert overouden tijd waren de Indiërs vertrouwd met deze gietkunst, waarbij over het algemeen het a-cire-perdue-procédé gevolgd werd. De kleine stukken werden massief gegoten; by de grootere werd een kern van gebakken klei toegepast, versterkt door een metalen geraamte.

De Voor-Indische bronzen zijn in hoofdzaak slechts bewaard gebleven in de centra, welke ontkwamen aan langdurige Mohamedaansche overheersching en de daarmee gepaard gaande beeldenstormerij. Vandaar dat Zuid-Indië een eerste plaats inneemt onder de gebieden, die rijke brons-vondsten hebben opgeleverd. De vermaarde, 1.20 M. hooge, dansende Ciwa <Nataraja) van het museum te Madras, zij hier vermeld als een der meest grandioze uitingen.*) Dé dracht dezer Zuid-Indische kunst kan getoetst worden aan eenige ter tentoonstelling aanwezige stukken. Deze metaalkunst is in dit deel van Voor-Indië tot op heden levend gebleven.

*) Belangstellenden worden verwezen naar de voortreffelijke detail-afbeeldingen in Ars Asiatica, m, 1921. 32

Sluiten