Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

DE VERSBOUWTHEORIEËN IN NEDERLAND.

Het einde der 18e eeuw brengt eenige fijnere onderscheidingen in zwang. Dan zal men vooral leeren de begrippen metrum en rythmus naast elkaar te plaatsen, om het eerste met de versstructuur, het tweede met de iythrnische cadens van den zin in verband te brengen. De versstructuur bleef men zien als een opeenvolging van voeten, bestaande uit lange en korte lettergrepen ;in de rythmische cadens zocht men de met de spreektaal overeenkomende accenten. Overigens kon men ook vroeger reeds termen als numerus, metrum, rythmus (in Latijnsche werken gewoonlijk echter in den zin van rijm gebruikt!) ter opsiering in zijn betoog gebruiken, zonder dat hieraan heldere begrippen blijken te beantwoorden. Enkele andere termen vonden hun oorsprong in het met dat der Franschen overeenkomende gebruik, zooals „smiltinge" in de 16e eeuw voor het se manger der stomme-e en later „cesuur" voor de middenrust der lange verzen, welke term door Huydecoper met zooveel klem als een verkeerd woordgebruik bestreden werd.

In het hier volgende eerste hoofdstuk zal in bijzonderheden worden nagegaan, hoe de Nederlandsche versbouwtheorieën zich aan de hand der oude normen ontwikkelden, hoe die een krachtig classicistisch ideaal hielpen vormen, dat de praktij k sterk beinvloed heeft of althans haar zeer te pas kwam, hoe voorts ook bij verdere ontwikkeling, steeds weer klassieke termen en normen werden opgehaald en pasklaar gemaakt om eenige nieuwigheid te tooien en als het ware te rechtvaardigen; inzonderheid komen hierbij ook ter sprake alle theorieën, die betrekking hebben op de navolging van klassieke metra in het Nederlandsen. Het tweede hoofdstuk bevat meer in het bijzonder de pogingen van hen, die zich óf in een belangrijk punt bepaaldelijk tegen de gebruikelijke zienswijze verzetten, óf die een werkelijk eigen opvatting trachtten uit te werken. Feitelijk hebben echter ook zij die eigen wegen zochten zich nooit geheel vrij kunnen maken van de klassieke theorie.

Telkens zal het noodig zijn hetgeen hier in het algemeen over de terrninologie en de draagkracht der ontleende klassieke begrippen gezegd kon worden, nader aan te wijzen, reeds ter wille van een recht verstand. Alle termen voor abstracte begrippen moeten steeds aan beteekeniswijziging blootstaan; de termen toch blijven gewoonlijk dezelfde, terwijl de begrippen leven

Sluiten