Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORZETTTERS DER KLASSIEKE LEER.

37

waarschijnlijk tusscherijdeze jaren en kort voor de uitgave geschreven). Hij stelt daarin zijn zoeken naar deugd en waarachtigheid, zoowel in stof als in uitdrukking, tegenover de jacht naar dichterlijke fraaiigheden bij zijn tijdgenooten, die met Grieksche mythologie pronken en de rijmkunst zelve met duizend kunstgreepjes het hof maken: ... „als die Jonghen lustich boeleren, Met sneden constich om hoor rymen te eeren: Zo haestdoude om snellickdes tijts snel vluchten Te versnellen int baren van veel goey vruchten" (d. w. z. de oude spoedt zich om haastig sneller te zijn dan het vlugge vergaan van den tijd) ... „Dees leeren geen doecht, maer dragen woorden te coop: En vryen de Maerten, niet haer Vrou Peneloop".... Zijn meening is daarentegen: „Dat heetmen lustich en constich retoryken, Alsmen woorden stelt die den dingen gelyken: Dat ist cleet nae des Persoons waert

[= waarde, waardigheid] chierlyc of slecht" op zich zelf ook

weer een Verdwaald stukje klassieke kunstleer! Maar over die rederijkers-nieuwigheden dan in het bijzonder:

.... want ick noyt Camer En heb gehanteert, daer de const van reden-ryck Gepleecht wert, met veele wetten verscheydelyck: Van woorden, cesuren, en alreley maten, Met sulck eygen behaech, dat zy alt werck haten Welx vrye voet niet danst nae den pijp van haer wet: Zo hooch heeft goetduncken meest elcx oordeel geset.

Nu stond ick noyt onder eenich Camers secte, Waert dan vreemt of elck mijn ryms vrijheyt begecte? Zal die niet met hoonlycke spot werden belaecht Van tVolck dat sich in haer selfs wet soo wel behaecht, Dat zy met wissel van voeten banden breyen. Om vrye Rymers in hoor boeyens te leyen?

Met dien nieuwen, voor Coornhert te knellenden band van den „wissel der voeten" had dan eindelijk de tweede eisch zijn intrede gedaan, die het getelde vers nu ook tot eenparige scansie dwong. Over de „cesure" had Peter Heyns het in 1583 ook; of hij met „ghepaert-dicht" den „wissel der voeten" bedoelde, blijkt niet afdoende; waarschijnhjker lijkt mij, dat hij daar spreekt van de geregelde afwisseling van staande en slepende rijmparen.

Sluiten