Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

74 DE VERSBOUWTHEORIEËN IN NEDERLAND.

de meest wenschelijke rijmlooze schema's, al hebben die niet de voorkeur boven rijmende. Deze dienen evenzeer uit de genoemde zware en lichte (in elk geval louter soortgelijke en tweelettergrepige) voeten te bestaan; hexameters vallen dus buiten beschouwing; de verzen moeten niet korter dan 10—11 syllaben zijn en een scherpe caesuur hebben. Praktisch blijkt dit echter op hetzelfde neer te komen, als de verschillende kortregelige strophetjes der Anacreontische maten, zooals die ,door Bellamy c.s. gebruikt werden. Het geheele boekje is vooral als Vlaamsche uiting niet zonder belang.

De „Vlaemsche Prosodia of proefstuk van Nederlandsche dichtkunde" door W. J. Claes, Mechelen 1791, heb ik niet in handen gehad.

Vaelande van leper. — Op deze plaats moge echter nog een ander Zuidnederlandsch werkje, hoewel van geruimen tijd later, genoemd worden: Tyd-verdryf, ondersoeck op de Néderduytsche Spraek-konst enz. door Vaelande van leper (d.i. F. D. van Daele), uitgegeven door L. de Varver, Ieperen 1805—06. In zijn talrijke Tael-óverwégingen geeft de schrijver regels en beschouwingen over spelling en spraakkunst, maar ook over verstranten, voeten en den aard der lettergrepen. Het zou te ver leiden indien wij daarop in bijzonderheden wilden ingaan. Alleen de aanhef van zijn Vyfde Tael-óverwéging (no. 3 blz. 12) moge hier volgen: „Sprékende van den Heer Jacob Cats, wiens geleerdheyd, werksaemheyd en deugden niet genoeg konnen geprésen worden, men doet hier bemerken, dat 'er in de vlaemsche versserye twee tranten in aendacht moeten genomen worden; den eenen van Vondel, die sterk en hoogdraevende is, den anderen is dien van Cats, die sachter, flauwer en gemakkelyker, ende geheel gelyk aen den franschen vers-trant." De ster van Cats, die wij in de „Historie" zoo hoog aan den hemel zagen staan (in 1786—87 verscheen zelfs een Zuidnederlandsche uitgave van zijn werken te Gent!), is thans merkelijk gedaald. De schrijver van het Tyd-verdryf onderscheidt in het versgebruik van Vondel en van Cats zelfs twee verschülende tranten en geeft op zich zelf aan den eersten blijkbaar de voorkeur, een bewijs voorzeker van zijn juist gevoel. Dat hij echter den trant van Cats geheel gelijk aan dien der Franschen achtte, is bevreemdend, doch de herhaling van een oude vergis-

Sluiten