Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZOEKERS NAAR EIGEN MAATSTAVEN.

139

beantwoordt en op de 6e greep een woord-einde heeft; die zwakke toon op de 6e maakt dan toch een werkelijke rust onmogelijk en de aanduiding van dezen len trant als „zonder rust" behoeft daarom niet als onjuist te worden aangemerkt. Hoe men een vers leest blijft natuurlijk steeds subjectief; Huydecoper zelf was hiervan overtuigd (vgl.blz. 132). Het door hem gebrekkig genoemde vers: Wie zou géLOOven, dat 'er rechte WEgen WAre»1), is goed, zoodra men op RECHte een vollen toon laat vallen, wat zeer wel mogelijk is, en strookt dan ook met de theorie (blz. 183 = I 410).

De tweede trant heeft als hoofdkenmerk de rust in het midden van het vers. Deze is alleen mogelijk indien daar zoowel een maat als een woord eindigt. Voor het overige kunnen de halfverzen zijn samengesteld uit een „grooter" en een „kleiner" maat of omgekeerd of ook uit drie „kleiner" maten; het laatste geeft het vers den klank van „sterke drift" of „spijt en gramschap". Hieruit bhjkt dat er „in deezen Trant zo veele veranderingen konnen gemaakt worden, als 'er middel is, om deeze Grooter en Kleiner Maaien, in meer of minder getal, verscheidehjk te plaatsen (behoudens alleen dat de 6 greep haare hoogte bewaare, en de Rust in het vaars blyve)" (blz. 184—186 = I 411—414). In beide tranten is ook vereischt, dat de 12e lettergreep den hoogsten toon heeft, en als algemeene regel geldt dat de „grooter" maat van 4 lettergrepen, die als norm is aangenomen, tevens de grootste maat is. Na een zwakken klemtoon moet de volgende steeds krachtig zijn, twee zwakke na elkaar zouden geen juiste maatverdeeling toelaten, de hoogste toon slechts sluit een maat.

Deze inderdaad zeer fijne en weloverwogen theorie onder-, scheidt dus in den Nederlandschen alexandrijn twee gestalten: de eerste normaal bestaande uit drie groepen Van 4 lettergrepen, die elk slechts één krachtigen klemtoon aan het einde (dus op de 4e, 8e en 12e lettergreep) behoeven te hebben; de tweede bestaande uit twee hoofddeelen, gescheiden door een werkelijke rust, die elk met een sterken toon moeten sluiten en voor het overige naar behoefte nog een of twee sterke tonen mogen bevatten.

*) Ik duidt hier door het verschil in druk: wie, zou, -LOO-, Huydecopers laagsten, middelsten en hoogsten toon aan.

Sluiten