Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

140 DE VERSBOUWTHEORIEËN IN NEDERLAND.

De overeenkomst tusschen den eersten trant met zijn drie grooter maten en den uit drie dipodien bestaanden iambischen trimeter der klassieken is niet te miskennen. Huydecoper moet oor gehad hebben voor het verschil in werkelijken tijdsduur tusschen verschillende verzen, die toch als alexandrijnen „van eene lengte" schijnen te zijn. Men bedenke dat de le trant geen rust en slechts drie grooter maten eischt, waarvan er eenige verdeeld kunnen worden, terwijl de tweede trant steeds de verplichte rust en minstens twee korter maten moet bevatten, en herinnere zich hierbij de boven (blz. 137) aangehaalde opmerking, dat een kleiner maat niet de helft maar eerder 2/8vaneen grooter maat beslaat.

De groote verdienste van deze opvatting, is in de eerste plaats het gemaakte onderscheid tusschen een algemeen abstract schema (waarvoor de oude termen: voeten, lange en korte lettergrepen, gebezigd zijn) en de verschillende tranten waarin het versrythme zich voordoet, zoodra dat schema door woorden en zinnen tot een werkehjk reëel vers gevuld, en nader bepaald is door de harmonie der klemtonen. Zooals bekend is, werd de beschouwing van deze twee elementen, schema en rythme, een vast onderwerp in de theorieën van het einde der 18e eeuw. Vaak echter werd toen weer aan het lang en kort van het schema een werkelijke metrische waarde toegekend,die bij Huydecoper zonder beteekenis bhjkt; hij zocht immers niet naar de quantiteit der lettergrepen. Laurens van Santen, die van deze twee-heid niet weten wilde, maakte Huydecoper dan ook een verwijt van het gebruik der termen lang en kort (blz. 87). Het is duidelijk dat hier, meer nog dan bij Kinker, wiens „metrische" bijoogmerken aan zijn eigenlijke verklaring van het Nederlandsch versrythme schade deden, een grondslag geschapen is, die grooter bekendheid en navolging verdiend had. Misschien zou die aan Huydecoper's theorie ten deel zijn gevallen, indien zij niet zpoals thans verdeeld en verborgen had gestaan in zijn groot en veelzijdig boek, dat door de heeren poëten waarschijnhjk meer geroemd dan gelezen zal zijn. Vaak genoeg hoort men van deze of gene fijne opmerking gewagen, die het bevatten zou; niemand heeft zich echter de moeite getroost het als systeem samen te vatten en het te bestrijden of er op voort te bouwen. Het laatste

Sluiten